Honig uit den rotssteen - pagina 216
202 zijnomomeente hooren, dan komt het toch nooit over zijn lippen, alleen aanmerking te maken, en veel minder om zich boven u te verheffen. Maar dan eerst en dan alleen, als de liefde voor God zoo machtig in hem werkt, dat hij voelt „Ik mag niet zwijgen ;" of ook als ...
Honig uit den rotssteen - pagina 215
201 aclitelijk.Het eenige watEn dan komtze doen, is zich overgevenaan den Heiligendan ontdooit dan koestert zich heel de ziel in den zaligen zonneschijn van Gods eeuwige liefde; en iets van die goddelijk schoone liefde weerkaatst zich dan uit het oog, door al uw ...
Honig uit den rotssteen - pagina 218
204 vun kleinditalshunnerwantgeest,kindeke,Indien ge niet wordt groeten der aarde, zoo is uw deel aanhet Koninkrijk!"iso,gijJezus wes:!"Maarnietenkeldatdie„grooteli ...
Honig uit den rotssteen - pagina 217
!;203 die enkele grooten,die zoo licht geneigd zijnminder bedeelden. Groot enomneertezien op deklein, het is de zich nooit verloochenendetegenstelling, die scheidend en snijdend door heel ons inenschelijk leven henengaat. Bij d ...
Honig uit den rotssteen - pagina 220
206 godsvrucht en nauwlevende godzaligheid. De man, dien God naderen deed en in zijn tente laat wonen, is rijker dan een koning op aard. Maar de zonde is óók in de godsvrucht een zoo ongelooflijke verderfster. Dermate ongelooflijk, dat er nooit, nooit op aarde, de Christus alleen uitgenomen, vroo ...
Honig uit den rotssteen - pagina 219
206En dan redt dat die grooten tevens, want een groot man die weet en het gelooft en het verstaat: „Ik ben leugen," d. w. z., het is onwaar dat ik iets bijzonders ben, ik ben evenals de minste man, niets dan een instrument, waarvan God de Heere zich bedienen wil, dan is de bekoring der ver ...
Honig uit den rotssteen - pagina 222
208 Zoo komt er rust. Zoo is er geen afmatteBd jagen meer naar een valsche volmaaktheid. Zoo durft het kind van God weer waarlijk bidden, juist omdat hij slechts meebidt.Hetmeêerisalsmet het zingen.Zeg aan een beschroomde van geest dat hij eens all ...
Honig uit den rotssteen - pagina 221
? :207 o.AlsGodzooeens ook tot onszalkomen, entotons zeggen„Ge hebt gebeden, ja, maar toen ge badt, hebt ge toen ook Mij, ja, Mij eenigszins gebeden? Ge hebt psalmen en liederen gezongen, maar toengijzongt, hebt g ...
Honig uit den rotssteen - pagina 224
!210 onder onze edeler woorden een „benjaminnetje", waar ieder iets liefs van denkt. En zoo zelfs is dat denkbeeld van „ernst" toongevend in onze eeuw geworden, dat schier elk redenaar voelt dat hij warm wordt, in vuur raakt en verband met zijn hoorders krijgt, zoodra hij op dien „ernst" m ...
Honig uit den rotssteen - pagina 223
209 nooit dat snijdend roepen van uw God tot uw zielen „Toen gij daar te bidden stondt op dien preekstoel, voor al die menschen, hebt gij toen eenigszins ook maar gebeden om, voor en tot Mij?" Dit is niet uit hardheid, maar uit diepe deernis, uit innig mededoogen gezegd. Te mogen, ja, maar ook te ...