1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 127
AOver den diluvialen mensch. In de vorming van de buitenste korst onzer planeet speelt het water eene hoofdrol. Wanneer men in bergachtige streken kale rotswanden beschouwt, bemerkt men reeds bij eene oppervlakkige waarneming, dat de meeste rotsgevaarten uit lagen bestaan, die nu eens hori ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128
122zijn de aardlagen door onderaardsche krachten geheel omgebogen of omgevouwen, zoodat dan oudere sedimenten bovenop jongere liggen, Ook gebeurt het wel dat er door een aantal lagen eene barst gekomen is en dat dan de lagen aan den eenen kant dier barst in de diepte gezakt zijn, zoodat da ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 129
123 GROEPENPERIODENquartaire periode (nieuwste geschiedenis) kaeiiozoïsche groepFORMATIESalluvium (hedendaagsche formatie) diluvium (ijstijd, pleistoceene form.)/tertiaire periode (middelgeschiedenis)plioceene form, mioceene form. oligoceene form, ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 130
124 onderzocht is dan in het overige van ons werelddeel, zoo ontstond hier in de laatste twee eeuwen de geheel nieuwe wetenschap, die we boven reeds genoemd hebben, namelijk de wetenschap van den voorhistorischen mensch. Skandinavische geleerden waren de eersten, die misschien wel daartoe opgewek ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 131
125 steenen werktuigen in gebruik waren, en dat onder de metalen brons het eerst bekend was. Vier jaren later schreef de Franschman Mahudel eene verhandeling over steenen werktuigen en in 1778 beweerde de bekende George Louis Leclerc de Buffon (1707—1788) in zijne „époques de la nature" dat vele ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 132
126 aanvang neemt, werden de steenen, die voor werktuigen moesten dienen, slechts ruw bekapt ot behouwen ; daarom heel het ook het tijdvak der gehouwen of bekapte steenen (époque des pierres taillées). De mensch, die in dit tijdvak leefde, wordt gewoonlijk palaeolithische of diluviale mensch gehe ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 133
127 aantal kleine stukjes, die er afgeslagen of afgebrokkeld zijn en wel wat op steenen werktuigen gelijken. De Nederlandsche archaeoloog J. C. Ubaghs beweert dat hier allerlei palaeoiithische en neolithische kunstproducten dooreen liggen en houdt al deze fragmenten eenvoudig voor wapenen der Ebu ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 134
128 Door Félix Garrigou werd de palaeolithische periode in twee onderafdeelingen verdeeld, namelijk in de mammoet- of holenbeerperiode en in de rendierperiode, doch ook deze tijdperken vloeien veelszins ineen. De niammoetperiode is de oudste. De rendier- of oerosperiode rekent men te beginnen, to ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 135
129 meter meerwaarts daarvan verwijderd waren. De jongere bronsperiode of époque larnaudienne heeft haar naam ontvangen naar het plaatsje Larnaud in het departement Jura; de bronzen werktuigen van dit tijdvak werden niet meer uitsluitend gegoten, maar ook door bewerking met den hamer vervaardigd. ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 136
130 In middel-Europa groeiden toen palmen, cypressen, kamferboomen en olijfboomen. In de bosschen zwierf het reusachtige schrikdier (dinotherium giganteum) met twee naar beneden gebogen slagtanden, de tepeltand (mastodon angustidens) een olifant met vier schuin omlaag gerichte slagtanden, beneven ...