Johannes Maccovius - pagina 341
329 Indien wij iets onwaars konden gelooven, zoo betoogt Amesius verder, dan zou de wet tot dwaling ons verplichten, 4".wantwij zijn verplicht tot de „fides divina" tegelooven*).Maccovius antwoordt hierop met citaten van Piscator dat wij somtijds gehouden zijn t ...
Johannes Maccovius - pagina 342
330non sunt eadem plane, certe sibi plane cognata", en antwoordt dan met Twissus dat de waarheid het fundament des geloofs is: ;;Fundamentum fidei est veritas. Nihil resisto," Maar dit is zeer onvoldoende uitgedrukt. „Quod deest suppleo." De waarheid toch kan beschouwd óf absoluut in haar ...
Johannes Maccovius - pagina 343
331 zijn met de „fides divina" als zijnde waarachtig het „testimonium divinum" te aanvaarden, maar met terugslag op het gezegde sub 5 en sub 6, voegt hij er aan toe „quod nobis tale apparet" en komt dan tot de conckisie: „Vero etiam hoc, quod nobis apparet verbum Dei, credere tene-houden ...
Johannes Maccovius - pagina 344
332 se en de veritas apparens. En wat nu aangaat de veritas apparens hangt het voor ons van de persuasie af. Als wij de waarheid Gods niet gel oo ven, zooals zij naar onze meeningperdan maken wij God tot een leugenaar in ons gemoed, of de woorden van Maccovius zelf te gebruiken: „no ...
Johannes Maccovius - pagina 345
333Medulla, zoo zethijhem ookthans weervast uit diens „De Conscientia"„Conscientiazegt: peccet,erransdeze quaestiebijwaar Amesius,hactenussemperLib.1.Cap.utligat,qu ...
Johannes Maccovius - pagina 346
334Endat Maccovius in het debat als zoodanig veel sterker stond dan Amesius. Green wonder, want Amesius klaagt zelt 2.reeds in de voorrede van zijne Medulla: ^^Non deerunt ex altera parte, quimaiorem Logicaederabunt. Quibus nee potui ego imperfectione,si ...
Johannes Maccovius - pagina 347
335gaan hoe deze quaestie is opgekomen, en hoe door allerlei Theologen er over gedacht is, zou ons te ver af voeren, ligt bovendien buiten ons bestek, en een afzonderlijk boekwerk zou voor volledige behandeling er van noodig zijn. Het was ons dan ook alleen te doen om de polemiek tusschen ...
Johannes Maccovius - pagina 348
336heid leerde. Caput Vil handelt in 16 bladzijden „de Vero." Maccoviiis definieert: ^^Verum est, quod principia rei eius,quae diciturHiermee wijktaf van de ge„quod sit (scl. verum) congruentia cum intellectu" en dat dan nader bepalen als de intellectus divinus. Maccov ...
Johannes Maccovius - pagina 349
337De„quae in significando consistit" en behoort in de Ethica thuiS;, het is de openbaring en mededeeling der waarheid, of de verberging en vervalsching daarvan door leugen en bedrog. Van de veritas rei nu, die in de Metaphysica behandeld wordt, zegt hij: 1", Veritas Methaphysica no ...
Johannes Maccovius - pagina 350
Dit wordt aldus bewezen:van het intellect. Nu is en dat van den mensch.De waarheideen habitus er tweeërlei Intellect, dat van God, BijGodisechter hebbenwete onder-scheiden dat Hij speculative alles weet, pradice alles doet. En nu zegt ...