Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 91
„^'lET DEZE,MAAK BARABBA8.83AlJezus' worstelen was dus geweest, om Israël van dien demon doen inzien, hoe het zich bedrooo-. Het oog der zijnen voor de profetie, en daardoor voor zijn ware qeesteJljl-e koningsgestalte te ontsluiten, en zoo eerst de majesteit van Grods ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 92
„>'IET DEZE,84men hem willenAlsmetzijn sterven, alshadhijzelf dievalsche schimeigen spotbeeld achtervolgt. aan het krnis hangt, zal het opschrift boven zijn hoofd,zijn, hijintotMAAK BAEABBAS. ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 93
;XYIII. „Zit, bc incng^cr)."Jezus dan kwam uit, dragende do doornenkroon, en het puriiuren kleed. En [Pilatus] zeide tot hen: Zie, de mensch. Joh. 19:5.Stel, Jezus ware opgetreden en zijn gewelddadigen dood tegengegaan, toen de 8yriërs, de Egyptenaars of de Part ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 94
!86„ZIE,DE ME^'SCH.de menschheid als menschheid, die Jezus ten doode veren kan niemand onzer zijn handen in onscliuld wasschen, maar hebben wij allen saam ons aan te klagen en onze doodschuld te belijden voor Grod. Daarom is het dan ook, dat de Evangelisten ons van het ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 95
„ZIE,„Zie, ikDE MENSCH."breng Jezus tot ulieden nogmaals hem geen schuld vind."87uit,opdatgijwel weet,dat ik inEntoenliet hij door zijn gerechtsdienaren Jezus zelven uit de naar de pui uitbrengen, niet in het klee ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 96
88„ZIE,Zie, zieDE MEXSCII.hem aan. Is dat een belager van uw volksrust ? Is man naar, om iiw staat onderstboven te keeren ?dieJezus er deZie, de menscli. Wat is hij anders dan een mensch als andere menschen. Misschien met geestelijke afdoling en in ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 97
„ZIE,BE MEXSCH."89te dwepen. Een menscli, om ons tot ideaal te wezen. Een mensch, die ons opheft uit onze vernedering, en die ons weer hergeeft wat we in ons zelven als mensch altoos missen. En op dat zoekend vragen heeft de Kerk van Christus hetantwoord in het: ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 98
XIX. ^ïjriil^ f}tm, ftrui^Alsf}tmV'hem dan de overpriesters en dezagen, riepenzij,hem!dienaars zeggende: Kruis hem, kruis Joh. 19:6a.Aan iiw Jezus is, toen het naar Crolgotha ging, te midden zijner doodelijke smarte, zelfs de e ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 99
„KRUIS HEM, KRUIS HEM."91die, ziende hoe Jezus zelf zijn kruis niet torsen lion, week werden en weenden. Het waren, naar zicli gissen laat, jonge vrouwen uit den wilden lioop, die van Jezus' zaak niets afwisten, maar die verteederd werden op het zien van het contrast tusschen Jezus' ...
Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 100
!„KKnS HEM, KRnS HEM."92En kruisdat booze hunkeren nn sprak in dat roepen van „Kriu's hem, IIe l/i/"Immers dat rie]3en ze, niet in een afgelegen plek, maar zóó dat Jezus er bij stond zóó dat Jezus het hooren moest onderwijl ze hem daar zagen staan, ...