Parlementaire redevoeringen - pagina 35
HET PROGRAM VAN HET KABINET.maanden vanDe33dan loopende jaar die gelden benoodigd zullenhetzijn.behoefte aan wettelijke bepalingen in het belang van de veiligheidop de wegen wordt erkend. Nog in dit zittingjaar hoopt de Minister van Watersta ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 34
— 1902.32ZITTING 1901toch vermoedelijk niettegelijktijdige herzieningvan andere artikelen kan bieden, velen, die haar tot medewerking mocht bewegen.bereikenzijn,het aequivalent, dat alleentenzijnoodzakelijk keurden, ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 36
ZITTING 190134door het vorig Kabinet gevolgdin— 1902.zake den oorlog, dieinZuid-Afrikatusschen die republieken en Engeland uitbrak. Gelijk de uitHandelingenSliedrechtverre ware afuitwijzen,isdoor den ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 37
DE ZUID-AFRIKAANSCHE OORLOG.35met de houding, destijds door haar voorsteller tegenover het toenmalig Kabinet aangenomen, niets uitstaande. Toch is de opmerking van andere ledendatjuist,afstemmingdezeindermotieallerminstM ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 40
ZITTING 1901—1902.38 door acht,noodzakelijkheiddeenderdingendientengevolge gehouden,isonverbiddelijkstiptelijkvoorgeschrevende volkenrechtelijke veroorlog aan elke neutraleplichtingen na te komen, die in ca ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 39
,DE ZUID-AFRIKAANSCHE OORLOG.37hem op 24 September jl. „Hetgeen ongedaan worden gemaakt", welk gezegde nader door hem verklaard werd, te doelen op de quaestie der VredesWeerspreekt nu iemand, dat de Vredesconferentie tot het conferentie. verleden behoort, en dat het tegenwoor ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 38
— 1902.ZITTING 190136 houden redeeen argumentum ad hominem.toont,tegen de tractaten gestemd,omSprekerhadzelfhet pijnlijke, dat er in zou schuilen,omstemmen en daarna niets te doen. Aan het Kabinet, dat werd nu. na ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 43
OUDE PLUNJE. door tealmijgesproken en op hetgeenisin41de stukkenstaat,antwoorden; maar het overige laat ik rusten. In de tweede plaats wensch ik ook af te snijden en hetgeen mijn geachte ambtgenooten raakt, die zelf in nu,de ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 44
ZITTING 190142 ik achtte, datomdat— 1902.de verhouding tusschen de Kroon en de Ministersen tusschen de Ministers onderling, die bij dat reglement geregeld wordt, iets anders zou zijn dan eene huishoudelijke aangelegenheid. Maar ikmeende, dat het goed was, ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 42
;ZITTING 190140— 1902.moet worden, en dat is niet weinig. Ik heb in de 30 jaren, dat ik aan de publieke zaak min of meer deelgenomen heb, de onvoorzichtigIk heb 28 jaren heid gehad, mij te buiten te gaan aan de drukpers. en heb weekblad, lang een jaren 23 geredigeerd, ...