Parlementaire redevoeringen - pagina 41
SOCIALISTISCH JARGON.39Aanvrage hiertoe is niet geschied, en, waar ze zoo goed zeker vooralsnog op weigering zou stuiten, onraadzaam geacht.gewisseld.isalsVergadering vanDecember41901zonder er tegen op te zien, dat ik het woord ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 45
RECHTELOOSHEID VAN BURGERLIJKE AMBTENAREN.43indruk gekregen hebben, dat de neiging bestaat, die zaak zoo mogelijk verder ten goede te leiden en derhalve bij die Departementen zoo noodig nog verderErgaan dan reeds geschiedteéén punt doorispat ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 46
ZITTING 190144 enverdediging;tweededeinplaatst,of er gelijke sympathie bestaatopoogenblik geen legerorganisatiestelling, dat erten aanzien van de— 1902. ditWat het laatste punt betreft de wet behoort te gea ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 47
AGRARISCHE POLITIEK. welke den geachten sprekerpolitiek,vanLandbouw zou komen, maar45bij het Departement Departement van Financiën,afschrikt, niethetbijsamenwerking met dat van Buitenlandsche Zaken, al zou ook de Ik blijf zijn voorste ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 48
ZITTING 190146— 1902.Ik kom nu meer tot de zaken, die in deze discussie een onderwerp van debat tusschen Kamer en Ministers hebben uitgemaakt, en dan meen ik te moeten zeggen, dat inderdaad de vraag, of de politiek met het geloof in verband staat, ja dan neen, de draad is gew ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 49
OPENBARING EN REDE.47hebben met de Confessie van deze laatste. Luther heeft altoos geleerd, dat de Rede was die Bestie, die dood was en weg moest en waarvan geen goeds was te wachten; maar de Hervormden hebben deze meening steeds bestreden en gedurende twee eeuwen is daarover gepole ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 50
ZITTING 1901—1902.48en waardijzaglijke beteekenisanti-revolutionairen inderdaadhebbengebracht,ofzichhad,zoo weinigofdein practijkRede zoo weinigderintusschen ook op gewezen, dat wij ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 51
OPENBARING EN REDE. der Verstandesregeln unter Principiën."49Jacobi zegt: „Vernunftistun-von der Existenz des Uebersinnlichen." Fichte: „Die Vernunft ist nicht ein Ding, das da sei und bestehe, sondern sie ist Thun, lauteres, reines Thun." Schelling: „Vernunft i ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 53
INVOERRECHTEN. Mijnheer de Voorzitter!Ikkomtot51een tweede punt en weltotdeIk heb het geestelijke laten vooropgaanquaestie van de invoerrechten.kom nutot de stoffelijke zaken, naar de hier gemaakte opmerking, twee dingen ...
Parlementaire redevoeringen - pagina 52
ZITTING 1901—1902.50Enheb nooit mijn Kerk onfeilbaar genoemd.ik(De heer Hugenholtz:Neen, maar wel de Openbaring.)Wanneer nublijkt, dat zelfs Kant en de met over de Rede te spreken, andere genoemde heeren begonnen zonder dat zij tot eene geli ...