De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 79
St. Radboudstichting om in 1923 daadwerkelijk een eigen universiteit teopenen.'^'' Die opening volgde op 17 oktober 1923 te Nijmegen na nog een jaar vanonderhandelen over de keuze van de vestigingsplaats.^^* Tevoren werd deSt. Radboudstichting aangewezen als bevoegd i ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 8
ken ontbraken werden te mijnen behoeve pogingen ondernomen de archie-ven alsnog te completeren. Het schrijven van dit proefschrift moest gebeuren in de weekeinden en deavonduren. Allen, die met hun belangstelhng en morele steun mijn pen gaan-de wisten te houden, ben i ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 80
school.'^' De richting van het onderwijs aan de hogeschool was neutraal.'^* In navolging van het Rotterdamse voorbeeld verpHchtten de R.K.-Leer-gangen te Tilburg"'' zich in 1924 tegenover de gemeente Tilburg om ook indie stad een handelshogeschool te stichten. Met het Neder ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 81
van het onderwijs aan die instellingen inhield; vrijwel automatisch volgde deaanwijzing van beide instellingen, die voortaan de in de HO-wet of anderewetten^''^ omschreven rechten zouden hebben.'^'II.4.3. De wetgevingNa de afkondiging van de wet-Kuyper is de re ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 82
name de wijzigingen van de HO-wet uit 1937 en 1939 van betekenis.''' Alsgevolg van deze wijzigingen konden nu ook de door de beide handelshoge-scholen afgegeven getuigschriften de effectus civilis verwerven; deze effectuscivilis hield in, dat aan bezitters van deze getuigschr ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 83
richting te geven werd in 1946 de Staatscommissie tot reorganisatie van hethoger onderwijs ingesteld, de commissie-Reinink.'^^ Deze commissie kreegonder meer tot taak zich te beraden over een reorganisatie en vernieuwingvan het hoger onderwijs; over de vraag hoe het vormend k ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 84
tot voorbereiding van de herziening van wetsontwerp 2597, opnieuw ondervoorzitterschap van Van der Pot, belast met de herziening van het indertijddoor minister Rutten ingediende wetsontwerp.'*^ Medio 1958 bracht de tweede commissie-Van der Pot rapport uit. Over ditrap ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 85
deze instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onder- wijs; niettemin handhaafden achtereenvolgens het voorontwerp en de wet de mogelijkheid van intrekking van de erkenning van een bijzondere, in de wet aangeduide universiteit of hogeschool. ^^^ ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 86
de openbare instellingen. Mede om te voldoen aan het bepaalde in de Grond-wet zou daarom het handhaven van een milde vorm van toezicht op het bij-zonder wetenschappelijk onderwijs wenselijk geweest zijn. Aan de bestaande voorwaarden voor aanwijzing van bijzondere universi- ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 87
geweest zijn, 'als daardoor het bijzonder onderwijs in zijn essentiƫle vrijheidvan richting en inrichting of ook in de vrije benoeming van zijn docentenwerd belemmerd'. Het ontwerp-Cals zou echter de bestaande vrijheid, zowelop het stuk der benoemingen als voor wat betreft de ...