1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 107
GELOOF ENWETENSCHAP ORGAAN VAN DE CHRISTELIJKE VERENIGING VAN NATUUREN GENEESKUNDIGEN IN NEDERLAND54E JAARGANGAFLEVERING 5 MEI 1956 ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 108
GELOOF EN WETENSCHAP ORGAAN VAN DE CHRISTELIJKE VERENIGING VAN NATUUR- EN GENEESKUNDIGEN IN NEDERLAND Onder Redactie van : Prof. dr. G. A. LINDEBOOM, Amsterdam, Voorzitter Prof. dr. H. R. WOLTJER, Amsterdam, Secretaris. Prof. dr. P. GROEN, De Bilt. Drs. J. A. VAN DER HOEVEN, 's-Gravenhage. Dr. R. ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 109
ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE *) door A. W. J. H. HOITINKOp mij rust de taak in deze reeks colleges facetten van het vraagstuk van de dood te belichten van de zijde van die wetenschap, welke ik tracht te beoefenen en welke mij hier als haar vertegenwoordiger ziet aangewezen, dus v ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 110
82A. W. J. H. HOITINKnatuurlijke loop der dingen behoort bij het levende de dood. Het levende sterft onvermijdelijk, maar wordt daarmede tevens door de dood gekenmerkt. Gezien het voorgaande is het begrijpelijk, dat juist de physiologie de grootste belangstelling voor de dood heeft, ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111
ASPECTEN VAN DE DOOD IN DE GENEESKUNDE83gen in het innerlijk wezen der dingen. De physiologic houdt zich bezig met levensverschijnselen en levensiMÜngen, zij is een wetenschap van het levende. Hierover kan zij wel wat te weten komen, maar het innerlijke wezen van het leven is haar e ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112
84A. W. J. H. HOITINKdat wij hier van een typering van het levende moeten spreken en niet van het leven, zoals in Bichat's definitie wordt gezegd. Want wat ik U beschreef — en Bichat's formulering kan als een korte algemene aanduiding daai-van worden beschouwd — was een poging tot e ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 113
ASPECTEN V A N D E D O O D IN D E G E N E E S K U N D E85of de hoger georganiseerde dieren, ook eens te kijken hoe dat verschijnsel of gebeuren zich presenteert bij lagere wezens. Aldus doende kan soms belangrijke informatie worden verzameld. Passen wij dit procédé toe ten aanzien v ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 114
86A. W. J. H. HOITINKvan eencellige wezens het pantoffeldiertje (paramaecium). In 7 jaren verkreeg hij 4500 generaties. Bij het einde van het experiment waren de diertjes even levendig, fris en delingslustig als bij het begin; de delingen volgden even regelmatig en snel op elkander ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 115
ASPECTEN V A N DE DOOD IN DE GENEESKUNDE87cellen zijn aan slijtage, veroudering en ondergang overgeleverd en zo sterft na verloop van tijd het „lichaam" van de kolonie en wordt tot lijk. Hier verschijnt de physiologische dood. Wij zien dat deze dood hier optreedt als parallelverschi ...
1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 116
88A. W. J. H. HOITINKvan de cellen ontwaken, ze herkrijgen het vermogen van actieve en abundante deling, ze verjongen zich in zekere zin en herwinnen of benaderen opnieuw de potentiële onsterfelijkheid. Maar door deze dedifferentiatie worden ze ongeschikt voor het vervullen van een ...