Honig uit den rotssteen - pagina 207
203LXXXVI.6ö3ijtmij ttnaP>iïcati,een öaogtc bc^ KCiftanmi^^Want zoo zegt de Heere tot het huis des konings van Juda: Gij zijt mij een Gilead, een hoogte des Libanons, maar zoo Ik u niet zette als een woestijn en als onbewoonde Jerem. 22 6. stede ...
Honig uit den rotssteen - pagina 208
204maaruitsluitend zijn godlijk oog boeien laat door die kleine, zondige schepselen, die we „menschen" noemen, en nu uitroept: „In die menschen is myn vermaking"; dat zijn mijn bosschen; dat is nu voor mij uw Grod het schoone van die wereld; in die menschen wereld is al mijn lust! H ...
Honig uit den rotssteen - pagina 209
205 te dieper zonk, er te hooger verlustiging in heeft, om in goddelooze menschenmassa den roem zijner ontfermingen te openbaren, en er zich in vermaakt, om het ritselen van het genadeleven in die dorre, doode takken te beluisteren. Ieder menschenhart, waar genade in werkt, is een werkplaats van ...
Honig uit den rotssteen - pagina 210
206 dan ook alzoo. van den Christus, buiten de sfeer van zijn Heiligen Greest, verstoken van de warmte uit hooier hemel, dan zijt ge dood, dor,DoegijLosgoddeloos en smadelijk, der verkwijning en der verdwijning nabij; een walging voor uzelven, een hinder voor Grods eng ...
Honig uit den rotssteen - pagina 211
207Kn dan leeft de ziel weer op. „Dus nog niet dood De zonde tegen den Heiligen Greest nog niet bedreven! Nog een ontfermen, nog een vergeven, ook voor my daar boven! De dood nog niet! Nog slechts de slaap, o, Laat my dan ontwaken, ik die weer insliep, en opstaan van onder die wezenloozen ...
Honig uit den rotssteen - pagina 212
208Maar wie wasdat uitgieten over u van een geest des diepen Wie de bedwelmer ? Wie schonk u den slaapzong u aan het moêgeluisterd oor den zang, die u bijslaaps, het instrument ?drank in? Wie deed insluimeren? Lezer, Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, liet ons ...
Honig uit den rotssteen - pagina 213
209 en kinderen des daags, zoo laat ons dan niet slapen gelijk de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn!" „Wij die des daags zijn, laat ons nuchteren wezen, aangedaan hebbende het borstwapen des dat, dat is de toon van hooggespannen geloofs en der liefde!" ernst, die door al de Schrift g ...
Honig uit den rotssteen - pagina 214
210omde slapen spelen blijve!" Of wilt ge een ander beeld, die op zijn bed liggen, als Satan zijn slaaplied zingen wil, maar die blyft overeind en loopt op en neer, en stopt zich de ooren toe, en zingt er luidkeels en op hooge tonen een psalm des lofs tegen in! En daarom ook gy, die ...
Honig uit den rotssteen - pagina 216
212 dieper oordeel, en niet meest aan het begin, maar eer sterker nog, aan het einde van zijn weg klaagt: „o, Mijn Grod, was mijn ellendig hart dan zóó goddeloos slecht!" En vandaar komt dan het roepen „Ontzondig my met hysop !" en het klagen: „Grena, gena, hoor mijn gebed!" en als hij dan van an ...
Honig uit den rotssteen - pagina 215
211 zoeken met tranen van een plaatse des berouws" kan zijn, zonder dat de gefolterde ziel die plaatse ooit vindt! Maar een aldoor, een gestadig, een in toenemende mate, wezenlyk dorsten naar schuldvergifFenis en roepen om ontferming, zie, dat vindt ge niet bij de kinderen der wereld, maar dat vi ...