Honig uit den rotssteen - pagina 228
224 Bij óns is die afschuwelijkheid. In ónze huizen. In ónze harten. In heel de manier, waarop we ons aanstellen en in wat we doen. o,DatVroom Want, lijkzijtishet schriklijke!maar ook het gevaarlijkste. het wezenlijk, en dan zyt ge zalig, óf we]^ wezenïii ...
Honig uit den rotssteen - pagina 227
223 Mij toe of van Mij af. Langs het pad der heiligen naar boven, of over het bloed uwer ziele naar beneden Zelf zou Ik, als gij woudt stilstaan, u voortdrijven, dat ge voort moest, totdat ge vielt en !wegzonkt!"Hoor maar, wat de Heere door Jeremia, den ziener, ook aan zijn volk van ...
Honig uit den rotssteen - pagina 229
225Enals hetdaaraan toe komt, dan merktvan den Koning is nooit onzeker. Zie, er waren ook in Israël vanmenhet wel. Het geluiddie geestelijke sclioonpraters, diebevindingen spraken, die ze nooit ondervonden hadden, en voor Gods inwerking uitg ...
Honig uit den rotssteen - pagina 230
226 Zeer bg zonder van den mensch. het allerbyzonderst van zyn Christenen. die heerlijktieid Gods op aarde zit niet in een scliyn of een uitwendigen dienst; maar daarin dat er by -zyn Christenen iets aan hun ziel voor den dag kome, waarvan ieder tast en ziet: „dat komt nu eens niet uit dien mensc ...
Honig uit den rotssteen - pagina 232
228Dat Woord nu komt ook in déze regelen weer op u aan. indien het nu gebeuren mag, dat dit heden of morgen een meer uitkomen van de vrucht des Geestes in u ten gevolge heeft, dan heeft dit stukje het niet gedaan, en dan hebt gij dit niet gedaan, maar dan deed dit het Woord, dienende als m ...
Honig uit den rotssteen - pagina 231
227Nog geenenkele bloemknop,nog geen enkele bloesem, nog geenenkele vrucht.En juist eerst als het aan die vrucht toekomt, is de glans neergedaald en gaat het schitteren voor Grods eer. Let wel, niet van de vruch^e/i des Geestes, spreek ik, maar van de vrucht des ...
Honig uit den rotssteen - pagina 234
230En nog het ergst van al, vat ge niet, hoe op die manier de teederst levende zielen, de „bekommerden" zooals gg ze noemt, in hun kommer omkomen; eindeloos her- en derwaarts worden geslingerd; en in hun gedachten buiten allebei de korven op den grond liggend, aan alle echte geloofsvreugd ...
Honig uit den rotssteen - pagina 233
229Goedóf slecht, heet het dus in het gezicht des Heeren. wij afgaan op wat wij menschen er liefstvan maken, moeten staan? Een korf, om tusschen die twee andere in te zetten? Een korf met wat niet gansch boos en ook nog niet gansch goed was ? Zoo tusschen beide in. Half en ha ...
Honig uit den rotssteen - pagina 235
231XCY. a^efiraftenenban gart*Een gebroken en verslagen hartzult Gij,o God, niet verachten.Psalm51:19.„Gebroken van hart"te zyn, is, zoo ge het diep doordenkt, eigende hardste eisch die tot een zondig mensch komen kan. W ...
Honig uit den rotssteen - pagina 236
232 doen krygt, dan komt het op dat leven zelf aan. De goddelyke Arts uw hand of uw voet, maar tast dadelyk door; door ónder uw kleed naar uw hart. En Hy aarzelt niet noch twyfelt een oogenblik, maar zegt het u terstond en op den man af i)«^ Aar^ moe^ er a«w. betast niet ;:En luiste ...