Honig uit den rotssteen - pagina 265
!251nu ook op, hoe onze Catechismus, en hoe de Catechismussen kerken leeren, dat hier schepping én onderhoudim/ in ligt. Met te belijden: „Het geloof een gave; de liefde mij ingestort, van Hem mijn heil", zijt ge er dus nog niet. Voor een schepsel is het niet genoeg te erkennen: „Ik ...
Honig uit den rotssteen - pagina 266
:252LXXXIV. ï^erïo^^er bannuö^ af i^iitanaam!Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet Gij, o Heere, zijt onze Vader, onze Verlosservanoudsaf,isuw naam.Jesaia 63:16.S ...
Honig uit den rotssteen - pagina 269
255LXXXV.dan een Vader, waaris mijne eere ? een Heere, waar is mijn vreeze? zegt de Heere der lieirscharen tot u, o priesters, verachters mijns Naams.BenikEn benikMaleaclii 1Watia:6.een priester?is, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 268
!!!»54 door de rechtvaardig en, d. i. door Gods liefste kinderen, door de vrome en godvruchtige aanbidders van zijn naam. Maar zoo ge daar in komt, zoo ge met uw eigen benauwing bij hun benauwdheden u aansluit, dan voor u in dat Woord ook eenjuistheerlijke troos ...
Honig uit den rotssteen - pagina 267
253kwamen,en ze hoort zuchten van „doodbraking", van „al de baren golven Gods" die over hun hoofd heenkabbelden, en dat ze toch nog weer Gods lof hebben verkondigd en toch nog weer gezongenenhebbenOnsvroolijke liederen des lofs.is zoo bijna altijd ...
Honig uit den rotssteen - pagina 271
!!257 Althans, zoo heet het, maar zoo is het niet. Integendeel, we zingen nog telkens als leeuwrikken, d. \v. z. uit aandrift, om het zuiver geluid, niet om God. We drinken nog telkens onze melk als de jonge hinden, d. w. z. z(mder dank in het hartvoor onzen God. We werken no ...
Honig uit den rotssteen - pagina 270
,!356De jonge vogels die de leeuwrik in het veldnest uitbroedde zingen ook hun morgenlied voor God. Maar ze weten niet dat ze voor God zingen. Gij, zijn kinderen, daarentegen weet het wel. Ge zet er u toe, niet om te kwinkeleereu, maar om uw God te loven. Dies zij-n de jonge ...
Honig uit den rotssteen - pagina 272
258 zijt ge de priesterkroon onwaardig, en gij die mijn Naam eeren zoudt, verachters van mijn Naam geworden. Wilt gij priesters zijn, laat Mij dan God blijven. Maar wee u, indien ge mijn Naam als God te na komt. Dan zijt ge geen priesters meer! Dan droogt de zalving der heilige zalfolie van uw ho ...
Honig uit den rotssteen - pagina 273
259 datge„offerandenChristus",maaren dusnietGode aangenaamalsmensch,veelzijnmindoor Jezus zondaar,alsals priester.Vandaar dan zijn,dieopoffert,werkt,ook, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 274
!260En omdat die Heilige Geest volstandig weigert dit „wetenschappelijk priesterdom" te zalven; het eer zijn gunste en genade onttrekt; en daarentegen voortgaat, met aan de gemeente zelve zijn heilig merkteeken in te drukken, zoo baat geen standshoogheid en werpt God en werkt Hij zi ...