Het heil in ons - pagina 202
192 weêrwraak overdeze zonden der natuurkundigen, de natuurkunde een kwaad hart zouden toedragen. Zoomin iemand recht heeft, het Christendom te bestrijden ter wille van de zonden zijner belijders, mag men aan de natuurkunde ten laste leggen, wat niet zij, maar haar beoefenaars misdeden. No ...
Het heil in ons - pagina 204
194 al het voor uw zintuigen waarneembare belichaam, ook uw kleedij, ook uw huis, ook aanraking met spijs en drank, met krankte en dood, waartoe het leven u brengt. Daarom drukten we er zoo op. De voeding, die het Godsbesef uit de natuur ontvangt, is niet gebonden aan een wandeling in schoone dre ...
Het heil in ons - pagina 209
.199VIILDE OVERLEVERING. Die van ouds af verkondig de dingen die niet geschied zijn. Jesaia 46 10.nog:Het Godsbesef, aldus is de belijdenis der Christelijke Kerk, ontvangt voedsel uit de natuur, uit de zedelijke macht die zich in de menschenwereld openbaa ...
Het heil in ons - pagina 210
200 verder verloop der geschiedenis, hoewel zwak, nog steeds aanwijsbaar. In Abrams familie kent men den Heere des hemels en der aarde, Teraphim-dienst is wel reeds ingeslopen, maar toch de God, die het/ hoogst vereerd wordt, is onze God, de God die zich aan Abram open-/baart. ...
Het heil in ons - pagina 205
;195 de natuurlijke Godskennis eindigde waar de Openbaring des Geestes begon. Geheel de Schrift steunt op de natuurlijke Godskennis. Job, de Spreuken, Prediker en het Hooglied bewegen zich schier uitsluitend op haar gebied. De Godsspraken der Profeten over de volkeren zijn zonder haar onve ...
Het heil in ons - pagina 212
202 in de leer van het eeuwige Woord; en was voor den apostel Paulus het uitgangspunt voor de bijzondere zending, die hem bij het gezichtvan Damascus voor de heidenwereld was toevertrouwd. Het groote mysterie, de machtige verborgenheid waarvan hij telkens gewaagt, dat ze in vorige eeuwen n ...
Het heil in ons - pagina 211
201 herinnering, en dat ze bij voorkeur hun schoonste putten uit de scheppingswonderen. Zoowel het verhevenste hoofdstuk uit de verzameling der Spreuken (het achtste), als het schitterendst deel van Job (hoofdst. 40 en verv.) verliezen zich geheel in den aanvang der dingen, toen de bergen nog nie ...
Het heil in ons - pagina 206
196 wier midden we leven, waarvan we een deel zijn, waartoe we behooren, wier leven natrilt in de gewaarwording van ons eigen menschelijk bestaan. Het zichtbare in die menschenwereld rekenen we daarbij niet meê. Naar het lichaam behoort ook de mensch nog tot de natuur. Alleen het onzichtbare van ...
Het heil in ons - pagina 208
198 slechtsingebeeldoflaten,ditofzouzijndatdoen.maakt niemand ons diets. Er is verschil, Er is goed in het ééne, kwaad in hetandere. Scherp geteekend zijn de grenslijnen zelden. Dikwijls dat we verlegen vragen: Wat is hi ...
Het heil in ons - pagina 207
197 meestal zeer afwijkend van de onze; vaak uiterst zonderling en ongerijmd; soms zelfs het omgekeerde van wat bij ons geldt; ze noemen recht wat ons onrecht, plicht wat ons een verfoeiing, goed wat ons kwaad dunkt, maar hoe verward en verbijsterd hun zeden ook zijn mogen, het denkbeeld dat er r ...