1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 61
53 taten. En de geleerde spreuk: cessante causa cessat effectus is ook maar waar, als men „causa" en „effectus" er handiglijk naar kiest. Evenwel, daar de schrijver van de beantwoording dezer vraag het volgende niet afhankelijk maakt, is mijn opmerking voor het verstaan van het volgende ook niet ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 62
54 duidelijken, zoodat een Natuurkundige het tegenover een Natuurkundige zou kunnen aanvoeren. Evenmin is zonder nadere toevoeging duidelijk „de meening dat er een oneindige bewegende aether zou kunnen bestaan (hetgeen ook in wetenschappelijke kringen een vaak verbreide meening is)" pag 11. Moet ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 63
55 Aan den anderen kant komt het mij evenwel weer voor, dat het niet goed mogelijk is, dat de schrijver dit heeft bedoeld. Immers, als dit zijn meening zou zijn, zou zij wel op eene eenvoudige combinatie berusten.. Zeer verbreid toch is het eene deel dier opinie, dat n. 1. het lichaam een mechani ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 64
Beoordeeling van de fheorie van den Heer F. J. J. BUVTENDUK. Met meer dan gewone belangstelling heb ik kennis genomen van de beide artikelen door den Heer BUYTENDIJK in het „Orgaan" gepubliceerd. In de „schets eener analyse der functies van organen en organismen" wordt eeneigen theorie over het l ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 65
57 tot louter mechanische wetten en spreekt zelfs van „mijn materialistische opvatting der organische levensverschijnselen" (I 42). „Een doel in het orgaan vóór het orgaan herkenden wij nergens." „Wij echter stellen de doelmatigheid buiten de dingen" (II 20). Door ons werd steeds het standpunt in ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66
58 levensverschijnselen aan eiwit onafscheidbaar gebonden denken. Over deze grondstelling bestaat eensgezindheid. Niet echter over de daar onmiddellijk zich aan vastknoopende vraag, of de levensverschijnselen slechts de uitdrukking zijn van de in eiwit, gelijk in de levenlooze natuur werkende gew ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 67
59 alleen de scholastiek staat hierin apart en hooger" (Il 31 noot 2). Zoo is duidelijk dat de Heer B. aan het woord „vitalisme" een andere beteekenis hecht dan gewoonlijk gedaan wordt en ook door ons gedaan is; meer in den zin van „animisme" „psycho-vitalisme". Dat de Heer BUYTENDIJK het vitalis ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 68
60Stellen we nu daartegenover wat de Heer B. hierover ten beste geeft: „Een doel in het orgaan voor het orgaan herkenden wij nergens" (I 18). „De aanpassing laat zich in sommige gevallen, en zou vermoedelijk in alle gevallen, mechanisch kunnen verklaard worden uit de physico-chemische eige ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69
61 teriëelen factor niet wil weten en dan alles aan één doelzettende Intelligentie toeschrijft. Op de vraag: houdt de Heer BUYTENDIJK de doelmatigheid in of buiten de dingen, is geen enkelvoudig antwoord te geven, daar de beweringen hierover tegenstrijdig zijn. Dit nu staat niet op zich zelf, maa ...
1913-1914 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 70
62Zijn nu de eigenschappen volgens den Heer BUYTENDIJK weinige gelijk of onnoemlijk groot? Ziedaar weder een vraag, die ik niet vermag te beantwoorden. Dergelijke tegenstrijdigheden zijn op te merken, als de Heer B. het heeft over organen en organismen. Als kenmerkend verschil wordt opgege ...