Studentenalmanak 1900 - pagina 141
137 Voort gaat de tocht der levenden. De stoet van beroofden en weenenden, de schare van hen,die voortdragen met bloedend harte een leven van bitterheid. Het oog van wie daar als in nachtmerrie neerligt, zietvoorbijgaan jamme ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 142
138 Duizenden, millioenen, milliarden. En hoewel ontelbare voeten gaan over den effen grond,breekt toch geen kreet, geen ademtocht de wachtende stilte. Alles zwijgt en ziet in opperste verbazing omhoog naardat immense licht ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 143
BFJ!}! 139 Hij zou willen blijven staan en luisteren en genieten zonder ophouden. M a a r . . . . een rollende donder doet zwijgen het gezang. ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 144
140met de vingers in de aarde, als wou hij zich daarin eenhol boren. Maar nergens uitkomst, nergens redding. Vloek boven hem, vloek rondom hem, vloek in hem. Bloed aan den hemel en bloed aan zijn kleed en bloedaan zi ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 145
U R K. iep-blauw, aan den horizon met het zacht-groen der zee ineensmeltend, strekt zich de lucht boven ons uit.De, bruin-getaande zeilen van U . K . 333 hangen in groffeplooien neer. Een stoere Urker, met zijn goedig-vriendelij ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 146
142 ontuimigen drang, bijna vernietigd en meegesleurd naar den donker-diepen afgrond beneden; dan stel ik geen ver- trouwen meer in u, o stil-diepe zee. Uit mijne overpeinzing werd ik opgeschrikt; de Urker beveelt zijn jongen ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 147
143achtige zeehond, zijn staart ver in zee uitstrekkende, om-kranst door witgekuifde golven, opbruisende tegen dewit-koppige palissadeering, somtijds er overheen spattendhet lillend-rillend schuim. De huizen, duidelijker zichtbaar ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 148
144 Met hun stoer voorkomen, hun helder-lachend gelaat, dehanden in hun wijde pof-broek verbergend, 't bovenlichaamhalf-gebogen tegen den storm, kalm-onverstoord uit 't kortestompje pijp rookende, staan zij daar. Het zijn echte kin- ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 149
145 Maar achterlatend dit tooneel, gaan wij naar 't huis vanmijn vriend, die mij afhaalde. Na den schipper nog eenstevigen handdruk gegeven te hebben, slaan wij een nauwsteegje in, want straten heeft U r k niet. Spoedig is 't ruime ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 150
146in de dik-breiachtige modder ; de voorbijgangers wat gooiendmet water of bespattend met slik. Dit alles ontrooft ons de echt-aartsvaderlijke idee vaneen put, ons ingeprent toen wij nog als kinderen dooronze moeder de verhal ...