Studentenalmanak 1929 - pagina 151
MIDZOMERDAG 135 De lange geerstebaren legden zich in vlottende schoon-heid. Een frissche weltierige warmte streek over de auwen. „Kijk", zeiden ze aan malkaar, „zie dat kachelken 'srood staan, 't Zal straf zijn ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 152
136 MIDZOMERDAGvan t lichaam af, doornatte hun povere hulling. En tochzwiepte altijd maar door de blikkerende zeise omhoog, enzoefde weer neer in breeden slag. Ze sloegen sterreling op het graan in, wrochten stomme-ling ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 153
MIDZOMERDAG 137 Zij en dachten niet meer. — De moere vergrauwde den dag. Een zachte zoelte zifte neer op de aarde en over de verhitte velden viel een vrome vrede, ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 154
ZOMERNACHT.Stille, geheimvolle zomernacht Ligt over d' oude stad.De donkre toren heft z'n vracht Zwaar en traagIn de sterrenlucht als een wacht.En in die lucht, om dien donkren wacht. Trilt een subtiele muziek;Het stralenlicht d ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 155
VERLEIDING.Zooals een sluwe slachter vaak het veeDat weig'rend trekt en sleurt, met geurig grasEn lokkend hooi verwint, zoodat het rasDoor 't voer verleid, nu willoos volgt en meeTer slachtbank gaat; zóó lokt en lonkt ook mijMet schoonen ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 156
MOEDER. 1. W a s ze nog Moeder gebleven? God had haar alles ont-nomen. Haar man en haar kind. Misschien ook dit, dat zeMoeder mocht zijn? 'n Antwoord wist ze niet. Omdat zegeen krachten meer had om het leven te zien en de wereldte ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 157
MOEDER HIhoe hij gezocht had naar 'n uitweg, die er niet was. Ze wisthoe de auto toen over hem heen reed. En ze wist, hoe hijstierf in dat ogenblik; Dat hij niet eens meer de tijd hadgehad om „Moeder" te zeggen. ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 158
142 MOEDER Maar wat, als God nu kwam! Terwijl zij daar machteloosop den weg stond. God zou niet den tijd hebben, lang tewachten. Zovelen vroegen Zijn hulp. Ze moest met de ande-ren mee, wilde God niet aan haar voorbijgaa ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 159
MOEDER 143woorden gesproken. Maar de begroeting duurde toch lang.Heel lang. Haar ogen vroegen een stil en achter-af plaatsje.Dat dit verstaan werd, stemde haar dankbaar. — Was 't zo niet heel goed? Ze luisterde s ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 160
144 MOEDER Alles is stil geworden. De bereisde man zwijgt verlegen.Hij ziet hulpeloos rond. Er is veel medelijden. Maar niemand denkt; „Hoe kondenwe deze ellende vergeten." 4. Wanneer God komt, i ...