1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 46
38aantal eigenschappen bezit, welke voor een deel onafhankelijk, voor een deel correlatief erfelijk zijn ; bij een andere uitspraak van DE VRIES kunnen wij ons volkomen aansluiten, zooals reeds in een ander gedachtenverband (blz. 14, 15) werd uiteengezet. Terecht: „Ueberall macht die Natur ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47
39(of van een embryo) noemden wij het intensiteitsverschil. Hiermede wordt tweeërlei onderscheid tusschen cellen verklaard. Aan het volwassen organisme kan een zelfde „geplaatste cel" bijv. schildkliercel (of spiercel) sterk of zwak functioneeren, d.w.z. per tijdseenheid (seconde) meer of ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 48
40 uitsluitend chemisch, n.l. colloïd-chemisch gedacht moeten worden. Contractiliteit, geleidbaarheid, productie van electriciteit, resorbtie en secretie, moeten afgeleid gedacht worden uit de dispersiteit, de lading, de onderlinge rangschikking, de oppervlaktespanning en de absorbtie van colloïd ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49
41 zich een materiëele (moleculaire) zuivere voorstelling vormen, zoolang de toestand van het water, en van de opgeloste stoffen niet is verklaaid. Bovendien wacht het verschijnsel der viscositeit, evenals dat der kristallen (vloeibare) nog op een physische verklaring en is nog niet te overzien, ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
42het orgaan, nóch bij de functies van de kiemcel, nóch in de voorwaarden voor de erfelijkheid, eenig niet-materiëel moment een rol speelt. Integendeel, wij koesteren de hoop, dat van deze drie natuurverschijnselen meer en meer het mechanistisch-causaal verband zal blijken. Reeds eenmaal v ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
43het vee en het kruipend gedierte." Mocht voor onze oogen zich ooit (en a priori laat zich dit niet vooruit zeggen!) uit doode stof werkelijke levende stof vormen, geen eerlijk natuuronderzoeker zou meenen, dat óf hijzelf de schepper zou zijn, óf het toeval de atomen in dezen wonderbaren ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 52
44 zuurstof te leven, vermogen om eiwit en koolhydraten uit anorganische stof te vormen, groot weerstandsvermogen voor zuren en alcaliën en voor vergiften (va/i het amoëboplasma) b.v. cyaankali. De cellen der hoogere organismen zouden dan een symbiose zijn van mykoplasma (kernsubstantie) en amoëb ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 53
45 mogelijkheid bestaan, dat de Schepper op een gegeven oogenblik de doode stof formeerde óf, dat in den aanvang het heelal zóó geschapen is, dat dit ontstaan eener nieuwe kiem (door samentreffen van afzonderlijke oorzakenreeksen) gepraeformeerd en gepraedestineerd w a s ; aan welke laatste opvat ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 54
46nog meer de algemeene levens- en wereldbeschouwingen die de z.g, navolgers van DARWIN op de selectietheorie baseerden. Immers waar DARWIN het ontstaan van den bouw (doelmatigheid) der organismen, niet als een ontwikkeling van een Idee beschouwde, maar als ontstaan door samenloop der omst ...
1912-1913 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 55
47 gronden, slechts de mutatietheorie van HUGO DE VRIES als werkelijk experimenteel waarschijnlijk gemaakt, aanzien. Daarbij zullen de physiologische mutaties, afzonderlijk of in correlatie met andere, een belangrijker rol spelen, dan men vermoedde. De invloed van algemeene omstandigheden op het ...