Honig uit den rotssteen - pagina 148
144 kind Grods een neigen en drijven moet zijn, om wat men noemt maar „te werken en te loopen en te draven," alsof dat ooit zyn ziel verzadigen kon. Want, och, Jezus had niet geloopen en gedraafd, maar stil en rustig een kalm en ernstig gesprek gehouden met een persoon die hem op zijn weg ontmoet ...
Honig uit den rotssteen - pagina 146
142maar door de kracht van dat Woord brengen o,Eerstalshetzoobijlaat waar ze zijn moet. ons toegaat, wordt het een „vreezen desHeeren."„arm" als het afgewaaide blad, en „verslagen van blad dat verdorde, en dan beven we en trillen we e ...
Honig uit den rotssteen - pagina 149
145 spijze in Johannes 4 getuigde en wat hy te Kapernaüm, naar van Johannes 6, in dezer voege uitsprak: „JA: hen het brood des levens; die tot mij komt zal geenszins meer hongeren; en die in mij gelooft zal nimmermeer dorsten^ in dereigenluideeuwigheid !^^ Grelooftgij ...
Honig uit den rotssteen - pagina 150
146Nogwoord van den psalmvertolkersteeds naar het keurig„Wie 't zaad draagt dat hij zaaien zal, !" gaat weenend voort en zaait het alNeen, wat genotgeeft, dal„Wanthijiszal,niet'tzaaien,zonder ramp ...
Honig uit den rotssteen - pagina 151
147maar uitgezonden om te maaien, hetgeen gy gij zijt tot hun arbeid ingegaan!" (vs. 38).niet bearbeid hebt,enHeerlijk, prachtig woord van mijn Heiland! Mijn werk is dus niet een geïsoleerd, op zich zelf staand werk, maar hangt saam met anderer werk. Hangt saam met al ...
Honig uit den rotssteen - pagina 152
148Enwe dan alles door onze zelfzuchtige hoogheid bedorven dan heet het: „dat we miskend en niet gewaardeerd zijn!" o, Schande over onze zielen Want weet het wel, zoo bluscht ge een kandelaar uit die voor Jezus' glorie moest lichten. En wat u toch ook wel op de ziel mocht wegen, zoo ...
Honig uit den rotssteen - pagina 155
151 eenmaal Grods willen en bedoelen, om zyn liefde maar te doen uitgaan naar zyn schepsel. En wijl nu in ditzelfde wilsbesluit eveneens begrepen is, dat het verkoren schepsel zijn God weder zal minnen, zoo is de behoefte, om weder gemind te worden, en de dorst naar wederliefde, even onafscheidel ...
Honig uit den rotssteen - pagina 157
153LXYII.o^mbat gp ban öc ftraoben gegeten geöt* Gijzienzoekt hebt,mij, niet omdat gij teek enen gemaar omdat gij van de broodengegeten hebt.Joh. 6:26.Het spyzigingswonder staat in rechtstreeksch verband met het vonnis, dat in ...
Honig uit den rotssteen - pagina 153
149 Jeruzalems muren weer worden geheeld, en nogmaals de zonde en het oordeel nogmaals komende is, werpt de oude Ezra zich ter aarde neder en betuigt het bitterlijk weenende, voor Grod en alle schepsel: „o Heere! G^od van Israël, Grij zijt rechtvaardig, en wij liggen voor uw aangezicht in onze sc ...
Honig uit den rotssteen - pagina 156
152 linge zyner inkomste." En met al den aangrgpenden weemoed der beleedigde liefde laat de Heere hun nu afvragen, of het dan aan Hem heeft geschort? Of Hij dan geen woord heeft gehouden? Of er dangebrek is gevonden in de liefde van Hem, hunnen Grod? „Hoort Heeren woord, zoo toch gaat de G ...