Honig uit den rotssteen - pagina 151
147maar uitgezonden om te maaien, hetgeen gy gij zijt tot hun arbeid ingegaan!" (vs. 38).niet bearbeid hebt,enHeerlijk, prachtig woord van mijn Heiland! Mijn werk is dus niet een geïsoleerd, op zich zelf staand werk, maar hangt saam met anderer werk. Hangt saam met al ...
Honig uit den rotssteen - pagina 152
148Enwe dan alles door onze zelfzuchtige hoogheid bedorven dan heet het: „dat we miskend en niet gewaardeerd zijn!" o, Schande over onze zielen Want weet het wel, zoo bluscht ge een kandelaar uit die voor Jezus' glorie moest lichten. En wat u toch ook wel op de ziel mocht wegen, zoo ...
Honig uit den rotssteen - pagina 153
149 Jeruzalems muren weer worden geheeld, en nogmaals de zonde en het oordeel nogmaals komende is, werpt de oude Ezra zich ter aarde neder en betuigt het bitterlijk weenende, voor Grod en alle schepsel: „o Heere! G^od van Israël, Grij zijt rechtvaardig, en wij liggen voor uw aangezicht in onze sc ...
Honig uit den rotssteen - pagina 154
150van tollenaren en zondaren. Een die u de voeten wascht, en in het midden van u is als een die dient! Maar ook dit is nog niet genoeg. Want er moet ten tweede ook op'tallerstrengste tegen gewaakt, dat de veroordeelde nooit zeggenkunne: „Myn rechter was partijdig." Im ...
Honig uit den rotssteen - pagina 155
151 eenmaal Grods willen en bedoelen, om zyn liefde maar te doen uitgaan naar zyn schepsel. En wijl nu in ditzelfde wilsbesluit eveneens begrepen is, dat het verkoren schepsel zijn God weder zal minnen, zoo is de behoefte, om weder gemind te worden, en de dorst naar wederliefde, even onafscheidel ...
Honig uit den rotssteen - pagina 156
152 linge zyner inkomste." En met al den aangrgpenden weemoed der beleedigde liefde laat de Heere hun nu afvragen, of het dan aan Hem heeft geschort? Of Hij dan geen woord heeft gehouden? Of er dangebrek is gevonden in de liefde van Hem, hunnen Grod? „Hoort Heeren woord, zoo toch gaat de G ...
Honig uit den rotssteen - pagina 157
153LXYII.o^mbat gp ban öc ftraoben gegeten geöt* Gijzienzoekt hebt,mij, niet omdat gij teek enen gemaar omdat gij van de broodengegeten hebt.Joh. 6:26.Het spyzigingswonder staat in rechtstreeksch verband met het vonnis, dat in ...
Honig uit den rotssteen - pagina 158
154 te zijn, nog zoo jammerlijk aan, dat alleen de rechtstreeksclie inwerking van den Heiligen Greest voor korte oogenblikken, heilige,hemelsche zielsbeziglieden teweegbrengt! Maar dit neemt niet weg, dat ook zóó deze arbeid onzer handen toch tevens een teeken onzer schande is en blijft. I ...
Honig uit den rotssteen - pagina 159
155 zoekt hebt,my, niet omdat gij een teeken van maar alleen omdat gij brood at omietshoogers aan mij gezienniet!"Een verwijt dat eeniegelijk treft, dien Jezus beweldadigt. ook óns overkomt telkens en telkens weer een veelheid van vreugde, een overstelpin ...
Honig uit den rotssteen - pagina 160
156 oog en zonder water om het uiterste van onze tong te verkoelen Als men jong is, gelooft men daar niet aan. T)&,n houdt men dat voor verbeelding en dweperij en voelt daarom geen trek naar het Woord, dat zulke benauwden troosten wil en zulke benepenen van hart juist toespreekt. Ja, zelfs vi ...