Honig uit den rotssteen - pagina 211
207Kn dan leeft de ziel weer op. „Dus nog niet dood De zonde tegen den Heiligen Greest nog niet bedreven! Nog een ontfermen, nog een vergeven, ook voor my daar boven! De dood nog niet! Nog slechts de slaap, o, Laat my dan ontwaken, ik die weer insliep, en opstaan van onder die wezenloozen ...
Honig uit den rotssteen - pagina 212
208Maar wie wasdat uitgieten over u van een geest des diepen Wie de bedwelmer ? Wie schonk u den slaapzong u aan het moêgeluisterd oor den zang, die u bijslaaps, het instrument ?drank in? Wie deed insluimeren? Lezer, Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, liet ons ...
Honig uit den rotssteen - pagina 213
209 en kinderen des daags, zoo laat ons dan niet slapen gelijk de anderen, maar laat ons waken en nuchteren zijn!" „Wij die des daags zijn, laat ons nuchteren wezen, aangedaan hebbende het borstwapen des dat, dat is de toon van hooggespannen geloofs en der liefde!" ernst, die door al de Schrift g ...
Honig uit den rotssteen - pagina 214
210omde slapen spelen blijve!" Of wilt ge een ander beeld, die op zijn bed liggen, als Satan zijn slaaplied zingen wil, maar die blyft overeind en loopt op en neer, en stopt zich de ooren toe, en zingt er luidkeels en op hooge tonen een psalm des lofs tegen in! En daarom ook gy, die ...
Honig uit den rotssteen - pagina 215
211 zoeken met tranen van een plaatse des berouws" kan zijn, zonder dat de gefolterde ziel die plaatse ooit vindt! Maar een aldoor, een gestadig, een in toenemende mate, wezenlyk dorsten naar schuldvergifFenis en roepen om ontferming, zie, dat vindt ge niet bij de kinderen der wereld, maar dat vi ...
Honig uit den rotssteen - pagina 216
212 dieper oordeel, en niet meest aan het begin, maar eer sterker nog, aan het einde van zijn weg klaagt: „o, Mijn Grod, was mijn ellendig hart dan zóó goddeloos slecht!" En vandaar komt dan het roepen „Ontzondig my met hysop !" en het klagen: „Grena, gena, hoor mijn gebed!" en als hij dan van an ...
Honig uit den rotssteen - pagina 217
213 „Ik heb gaven tot der menschen troost, opdat zelfs het wederhoorig kroost altijd bij Grod zou wonen."En dan maakt wederhoorigezielhij het; en doet het; en de uitkomst is dat toch woont en wonen blijft by haar Gol.uwLXXXIX. %\^ ccnlicrïoren fcgaap» ...
Honig uit den rotssteen - pagina 218
214 en blaat naar den herder, maar zie, hij antwoordt naar de weide, maar zie, het is al zand en rots om hem heen Maar wat erger nog is, een afgedoold schaap is volstrekt hulpeloos. Steeds gewoon te volgen, weet het van den weg niet af. Het weet van geen pad. Het merkt geen pad het gist Het loopt ...
Honig uit den rotssteen - pagina 219
215 te hebben alle ijdele inbeelding, en de klare, nuchtere, zuivere waarheid aangaande zich zelf onder de oogen te hebben ge„Ja, waarlyk bij Grod, zoo is zien, alsnu er voor zouden uitkomen het ook bij mij gelegen! Zoo staat het ook met mijn ziel! o, Grod,weggevaagd:wees mij ...
Honig uit den rotssteen - pagina 220
216 Ja, waarlijk, bij God! die zijn Grod nog loven!komtterecht.Die wordt weergevonden.Die zalEn was het bij u zoo, mijn broeder, o, zie dan en hef uw oogen op naar het gebergte, van waar alleen uw hulpe komen kan! Daar wenkt Hij, daar wenkt Hij reeds van verre, ...