Honig uit den rotssteen - pagina 221
217 de wereld en uw eigen vleesch, u bespringen kunnen van kanten tegelijk! Als ge aan het ontzaglijke toornen van den Drieëenigen Grod tegen u u ter behoudenis in de bange benauwing van uw hart zóó kennis kreegt, dat eindelyk uw zonde u de zwaarste zonde scheen, en het „o. God, wees mij arme zon ...
Honig uit den rotssteen - pagina 222
218 is de belijdenis van de gemeente van Jezus Christus me^. van haar leven is integendeel; is juist omgekeerd; wat het lied Hamaaloth reeds in de dagen vanouds zong: „Bg U is vergeving, juist opdat Gij gevreesd wordt „Grevreesd" niet met een vreeze, die voor Grod doet wegvluchten. Maar met een h ...
Honig uit den rotssteen - pagina 223
219 wezenlijk en valsch gelooven; was dan wel gruwelijk; gruwelijk voor den Heilige. Maar nog is er immers hope. Want ook met die zonde in de doodsbenauwde ziel is er een heengaan tot dat „heilige, heilige, heilige" Wezen, met de taal van den Psalmist op de lippen „Heere, bij IJ is vergeving, ver ...
Honig uit den rotssteen - pagina 224
220Endat weet Grod de Heere nóg, dat het zijn volk van nw, evenals volk van toen^ allereerst en allermeest om leven te doen is. Want naakt en geopend ligt het op aarde alzoo voor zijn heilig oog, dat de geroepenen onder de kinderen der menschen Hem wel waarlyk openbaar zijn, als een ...
Honig uit den rotssteen - pagina 225
221nu spreekt de lïeere u in zijn zegen toe. Gij leven wilt uit geloof. maar zult leven, indien ge inspanning; Dat leven komt dus niet door uw moeite; niet uit uw dat uzelven zoover Yoor integendeel. Eer doet. ge wat niet door moêmaken afleidt van het geloof, houdt het u eer ver van het le ...
Honig uit den rotssteen - pagina 226
222Ook schiepraijn geloof kan niet weg; het in en voor mij. Het iswant ik maakte ket zelf niet. maar dat het geloof voor eenHy tijdwerkeloos werd.Eno, lag dat nu aan mij, dan zou dat natuurlijk, eens werkeloos, werkeloos blijven. Want ja, zóó diep ...
Honig uit den rotssteen - pagina 227
223 Mij toe of van Mij af. Langs het pad der heiligen naar boven, of over het bloed uwer ziele naar beneden Zelf zou Ik, als gij woudt stilstaan, u voortdrijven, dat ge voort moest, totdat ge vielt en !wegzonkt!"Hoor maar, wat de Heere door Jeremia, den ziener, ook aan zijn volk van ...
Honig uit den rotssteen - pagina 228
224 Bij óns is die afschuwelijkheid. In ónze huizen. In ónze harten. In heel de manier, waarop we ons aanstellen en in wat we doen. o,DatVroom Want, lijkzijtishet schriklijke!maar ook het gevaarlijkste. het wezenlijk, en dan zyt ge zalig, óf we]^ wezenïii ...
Honig uit den rotssteen - pagina 229
225Enals hetdaaraan toe komt, dan merktvan den Koning is nooit onzeker. Zie, er waren ook in Israël vanmenhet wel. Het geluiddie geestelijke sclioonpraters, diebevindingen spraken, die ze nooit ondervonden hadden, en voor Gods inwerking uitg ...
Honig uit den rotssteen - pagina 230
226 Zeer bg zonder van den mensch. het allerbyzonderst van zyn Christenen. die heerlijktieid Gods op aarde zit niet in een scliyn of een uitwendigen dienst; maar daarin dat er by -zyn Christenen iets aan hun ziel voor den dag kome, waarvan ieder tast en ziet: „dat komt nu eens niet uit dien mensc ...