Studentenalmanak 1904 - pagina 191
187onzer kunnen treffen, nog vóór we hem voldoende genaderdwaren. Nu is die kans voorbij. Eeeds zijn we tot op honderdvijftigschreden genaderd. Woedend over dit ongeval rukt de Engelschman nogmaalsden grendel van zijn ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 192
188 Duivelsche woede schittert in zijne oogen. Zijne tanden zijnopeengeklemd. Vreeselijk is zijne gelaatsuitdruldang. Nog eensrukt hij met kracht aan den grendel. Vergeefs. Dan uit zich al zijn spijt, zijn haat en woede ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 193
Utf hG^ iGVsn. et zonnekc Idjkt ooiijk door de ruitjes, 't Loert door^ ieder reetje van openstaande deuren naar binnen. Het schijnt door te willen dringen tot lederen donkeren schnil-hoek. 't Lacht alle zorgen weg. 't Lacht zijn L ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 194
190dät er toe! „Krelis moet je nemen!" had vader gezegd, ,,dieheeft ook een goed oogje op je en daar zit wat, da 's latergeen armoe." Maar Krelis is zoo leelijk en kijkt zoo gluiperiguit zijn oogen. Hij is wel altijd vriendelijk tegen h ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 195
191 't Werd langzamerhand ondragelijk voor Klaartje. Haar blosjes gingen verbleeken. Haar vroolijke lach werdzelden meer gehoord. Haar groote blauwe oogen keken vaakzoo strak voor zich uit. Zelfs Wouter trachtte tevei"geefs ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 196
192 Stilzwijgen! „Klaartje!" Tranen stonden in haar blauAve oogen. „Wouter . . . . we kunnen toch niet leven . . . . van — van . . . .och, Wouter, je moest maar wat wachten.... later mis-schien . . . . " ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 197
193 naar de plek, waar ze het vorige jaar kermis had gehouden met — Wouter. Dol leuk was het er toen geweest. Dol leuk, ook al zeiden haar ouders en broers, dat ze zoo weinig van Wouter had gekregen. Ja, 't was dan ook weinig gewees ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 198
194En haar hart lachte ook wel. Zon en jeugd hooren immersbij elkaar. Maar was de zon wel heel helder, en het hart wel geheelvroolijk, en de jeugd der bruid wel volkomen onbezorgd?Hoop? Hoop genoeg, maar geloof? Och, ko ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 199
195maar een klein tiental jaren geleefd, om haar zelfbedrogte leeren inzien. Toen ging haar een licht op. En ze be-greep, dat een rijk man wel eens een man zonder gewetenkan zijn, een man zonder plichtsbesef, en dat een arme mete ...
Studentenalmanak 1904 - pagina 200
ötTVsrganl^elijlv. N a a r Victor Hugo. Les Chants de orépuscule: „Puisque j ' a i mis ma lèvre."w ijl uwe liefde me eens haar vollen beker reikte; Wijl eens mijn mo ...