1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 147
14:1 mutante zijn uitingen van een enkele verandering. Morphologisch laat zich dit voorloopig nog niet bewijzen, physiologisch volgt 't volgens De Vries noodzakelijk daaruit, dat zulke uitingen steeds samen voorkomen en, zoover de ervaring reikt, niet te scheiden zijn. De Oenothera lata is missch ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148
142 merk betreft geheel gelijke exemplaren kunnen bl] het uitzaaien van de zaden geheel verschillend blijken te zijn. En wanneer, zooals het vaak voorkomt, twee verwante groepen zich alleen in een enkel kenteeken onderscheiden, dan kunnen hunne extreme varianten geheel gelijk aan elkander zijn. E ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149
143 2. dat het wezenlijk alleen van den omvang eener „Aussaat" schijnt af te hangen of zij mutanten bevat of niet; 3. het beperkte aantal van de optredende mutaties. "Wat niet latent voorhanden is, wordt ook niet zichtbaar. Waarschijnlijk is, dat de afzonderlijke latente eigenschappen, die bij mu ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150
144 met hoogstens 84/o (eens maar 15 7o) erfeliikheid is O. elliptica te noemen, die bij zelfbevruchting maar 0,5—15 "/^ elliptica-planten levert en verder zuivere Lamarckiana en de O. sublinearis, wier erfelijkheid maar 10 "/o bedraagt. De oorzaken van dit verschijnsel zijn geheel onbekend. Even ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 151
145 erfelijkheid, de rassen die dit vertoonen worden te zamen tussckenrassen resp, halfras en middelras genoemd. Voeding en teeltkeus. Bij de meristische variabiliteit van Bateson geschiedt de fluctueerende variatie naar getallen, Daarbij is het niet het meer of minder optreden van een kenteeken ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 152
M6 Uit de genomen proeven bleek: 1. Hoe jonger een plant is, des te grooter is de invloed der uitv^endige omstandigheden op haar variabiliteit, d. i. op de plaats, die hare bijzondere eigenschappen in de variabiliteitscurven van de geheele cultuur of 't ras zullen innemen. 2. In verband daarmee h ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 153
147 invloeden hunne werking in den loop van eenige generaties kunnen ophoopen, daar in 't algemeen alleen de beste individuen de beste zaden zullen voortbrengen. De fluktueerende variabiliteit is alzoo een verschijnsel van de physiologie der voeding, terwijl de uitwendige omstandigheden der mutab ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154
148 wekken kan men deze variëteiten niet, men moet afwachten, tot ze zich toevallig toonen. En evenmin kan men met hen willekeurig tot hoogere trappen komen. Alleen het toeval, d. i. een ons onbekende inwerking, overschrijdt tot nu toe deze beide grenzen; geen uitzoeken kan meer dan den schijn va ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 155
149 De normale eigenschap is: De anomalie is: I. actief. latent. IL actief. semilatent. III. beide houden elkander ongeveer in evenwicht. IV. semilatent. actief. V. latent. actief. Misschien zijn meer gevallen mogelijk maar daarvoor zijn nu nog geen feiten aanwezig. I is de normale oorspronkelijk ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156
150 atavisten blijven echter bi) het'ras behooren en vormen ook na herhaalde selectie in atavistische richting veel meer 4-8chi]vige bladeren dan de normale roode klaver (of liever het wilde halfras van den roeden klaver). Slechte zaden geven atavisten, zeer goede extreme varianten. 1. De Linaria ...