Het heil in ons - pagina 206
196 wier midden we leven, waarvan we een deel zijn, waartoe we behooren, wier leven natrilt in de gewaarwording van ons eigen menschelijk bestaan. Het zichtbare in die menschenwereld rekenen we daarbij niet meê. Naar het lichaam behoort ook de mensch nog tot de natuur. Alleen het onzichtbare van ...
Het heil in ons - pagina 208
198 slechtsingebeeldoflaten,ditofzouzijndatdoen.maakt niemand ons diets. Er is verschil, Er is goed in het ééne, kwaad in hetandere. Scherp geteekend zijn de grenslijnen zelden. Dikwijls dat we verlegen vragen: Wat is hi ...
Het heil in ons - pagina 207
197 meestal zeer afwijkend van de onze; vaak uiterst zonderling en ongerijmd; soms zelfs het omgekeerde van wat bij ons geldt; ze noemen recht wat ons onrecht, plicht wat ons een verfoeiing, goed wat ons kwaad dunkt, maar hoe verward en verbijsterd hun zeden ook zijn mogen, het denkbeeld dat er r ...
Het heil in ons - pagina 213
203Te bewaren,doorzelfsIsraëlietische afsluiting terug niet bewust,baringden enschijn te mijden, als trok ze zich in alsware ze zich van den samenhangdie tusschen haar belijdenis en de oorspronkelijkebestond.Te bewaren, ...
Het heil in ons - pagina 214
204 Die wetenschap is uitsluitend vrucht der oorspronkelijke Openbaring, en hoe ook door de overlevering die Openbaring zij vervalscht en in de bontste afgoderij verduisterd, toch is zij het, waaruit de gedachte aan een persoonlijke Godheid voor de ziel treedt. Het Christendom zuivert, loutert, v ...
Het heil in ons - pagina 215
205 zijn dan niet te bannen noch te bezweren en moeten mijn gedragslijn regelen, tot ik eindelijk uit die ingebeelde wereld in de werkelijkheid terugkeer. Vind ik dan in die werkelijkheid, dat ik aan de macht der natuur schier niets veranderen kan, dat de natuur bestaat en werkt, onafhankelijk va ...
Het heil in ons - pagina 216
206 indruk niet ontworstelen, dat het eenzelfde macht is, die zich van binnen in de ziel door het Godsbesef en van buiten in de natuur als boven zichzelven en haar staande openbaart. Maar hij komt ook met een gansche wereld van onzichtbare dingen in aanraking, die met die natuur niets gemeen hebb ...
Het heil in ons - pagina 220
210omgangdesvertrouwensHijuwhartdatwontusschen u en uw gij een hart voorofGodontstaan is, zonder kreegt; terwijl persoonlijke ontsluiting des harten bleef er wel plichtsbetrachting uit vreeze, omuw God ...
Het heil in ons - pagina 217
207 den mensch in zijn uitwendigen omgang met zijn medemenschen, de hoedanigheden des gemoeds daarentegen op den mensch in zijn verhouding tot het oneindige betrekking hebben. Bij den kunstenaar vindt men niet zelden een gulhartigheid en openheid, die geheel in overeenstemming zijn met de geestdr ...
Het heil in ons - pagina 218
!Toen de eerste mensch nog alléén op aarde was, kon er van zedelijk leven voor hem geen sprake zijn. Hij kon niet stelen, want alles was het zijne; hij kon niet doodslaan, want er was niemand bij hem. Hij kon niet echtbreken, want geen echt was nog geheiligd. Hij kon niet valsch tegen zijn ...