1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 157
151 8.3 centimeter lang, 6.5 centimeter breed en 1.3 centimeter dik. De Wildkirchligrot, in welker nabijheid een standbeeld van Joseph Victor von Scheffel (1826—1886) staat, is tot nu toe de eenige plek in Zwitserland, waar sporen van den palaeolithischen mensch gevonden zijn ; volgens Bachler mo ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 158
152 heidelbergensis", houdt hem voor verwant aan den mensch uit het Neanderdal. Ludwig Reinhardt ziet er een wezen zonder spraak, den „homo alalus" van Ernst Haeckel in en beweert dat dit individu nog meer aap dan mensch was en reeds voor ongeveer anderhalf millioen jaren leefde. \n het volgend j ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159
153 Het jaar 1908 leverde nog een voorhistorischen mensch op. Eenige beenderen van een 1.6 meter langen ouden man en wel de verbrokkelde schedel met de onderkaak, eenige wervels en eenige beenderen der ledematen werden door drie Franschen nl. door A. Bouyssonie, J. Bouyssonie en L. Bardon gevonde ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 160
154 van den mensch van La Chapelle is toch voorzeker nog wel een bewijs, dat we hier met een echten mensch en niet meteenaapmensch te doen hebben. Men schijnt het er thans voor te houden dat de intelligentie van een mensch ongeveer recht evenredig is met de spitsheid der kin en omgekeerd evenredi ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 161
155 Wales ontdekte wandteekeningen uit den ouderen steentijd is boven reeds gesproken.Met het oog op het medegedeelde willen wij ten slotte nog een korten blik werpen op de palaeolithische of diluviale bewoners van west- en middel-Europa en ons een denkbeeld trachten te vormen van hunne le ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 162
156 voortbestaan na dit leven aannamen ; men zou dit namelijk kuneen opmaken uit het feit dat sommige der gevonden beelden veel van afgodsbeelden hebben en dat aan gestorvenen sieraden en wapenen meegegeven werden in het graf. De volksstammen of rassen van den diluvialen tijd stonden echter niet ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 163
157 wenkbrauwbogen, een breede neus, krachtige kaken en tanden en een weinig of niet vooruitstekende kin zijn de belangrijkste kenmerken van dit ras. Na den hoofdijstijd schijnt het langzamerhand verdwenen te zijn. Weliswaar is het aantal ouddiluviale schedels, die onbetwistbaar echt zijn, vrij k ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 164
158Waren nu de Neanderdaiers apen of menschen ? Het eerste durven zelfs de voorstanders van de dierlijke afstamming van den mensch niet beweren; tot het laatste kunnen zij ook niet besluiten en nu moet het woord aapmensch dienst doen om hun wetenschappelijk geweten gerust te stellen. Geen ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165
159 dan tot een interessanten wetenschappelijken strijd aanleiding geven onder de leuzen : „van bacil tot mensch" en „van mensch tot bacil." Middelerwijl doen wij zeker het verstandigst met de Neanderdalers, evengoed als de Papoea's en de Nieuwhollanders eenvoudig voor menschen, zij het dan ook v ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 166
160Door velen wordt nog een derde diluviaal menschenras aangenomen, namelijk het Cro-Magnonras of ras der Rendierjagers, zoo genoemd naar de bekende grot van Cro-Magnon, waar een rendierwervel met een steenen pijl daarin gevonden werd. Tot dit ras, dat uitmuntte door een schoonen lichaamsb ...