1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 137
131 tweede helft der 19de eeuw vertoonen zij echter bijna overal op aarde eene inkrimping en verplaatsen zich hunne uiteinden bergwaarts. Van 1818 tot 1870 is de Rhónegletscher, die van den Galenstock afdaalt en waaruit de Rhone ontspringt, 600 meter achteruit geweken en van 1870 tot 1900 is hij ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 138
132 neushoren (rhinoceros tichorhinus); andere neushorens waren rhinoceros antiquitatis en rhinoceros mercki. Leeuwen, beren en hyaena's waren geduchte vijanden van het reuzenhert (cervus megaceros), den oeros (bos primigenius), den wisent (bison priscus), het paard en andere hoefdieren, van welk ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 139
133 later verloren geraakte. In 1828 maakte Journal bekend, dat hij in het hol van Bize bij Narbonne menschenbeenderen had gevonden, vermengd met beenderen van verschillende diluviale dieren, en in 1829 beschreef Christol in zijne „notice sur les ossements humains des cavernes du Gard" menschenbe ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 140
134 geraamte van een salamander. En evenzoo had hij op goede gronden aangetoond, dat het menschelijke geraamte, dat in 1805 door Manuel Cortez y Campomanos op het eiland Guadeloupe in eene harde kalksteenrots gevonden was, van betrekkelijk jongen datum moest wezen. Het zou echter weldra blijken d ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141
135 hl 1844 maakte de Deen P. W. Lund bekend, dat hij eenige honderden holen in Brazilië had onderzocht en in een daarvan beenderen had gevonden van wel dertig menschen en van verschillende uitgestorven dieren der diluviale formatie, o.a. van megatherium of reuzendier, mylodon of reuzenluiaard, g ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142
136fossiele beenderen van zoogdieren uit de oudere diluviale periode. De schedel van dezen „homo pampaeus" is breed en heeft volgens Ameghino iets aapachtigs; het voorhoofd is bizonder klein doch de hersenkas komt in grootte ongeveer overeen met die der thans levende menschen. De kaken zij ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 143
137 het feit, dat men op ongeveer honderd meter afstand van de grot of rotsspleet die de beenderen bevatte, overblijfsels had gevonden van den diiuvialen neushoren (rhinoceros mercki), van holenbeer en holenhyaena en ook van den mammoet, reeds voldoende was om te kunnen constateeren dat de Neande ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 144
138 en wel in de grot du Frontal naast talrijke rendierbeenderen, vuursteenen messen, slakkenhuisjes, doorboorde vioeispaathkristailen en stukken eener urn eene menigte menschenbeenderen, waaronder een paar goed bewaarde en goed gevormde schedels. Zij hadden een hoog voorhoofd, bezaten een vrij g ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 145
139 derenveld van Solutré bij Macon aan de Saöne ontdekt. Aan den voet eener steile rots was de bodem over eene lengte van meer dan 100 meter en eene oppervlakte van bijna 4000 vierk. meter bedekt met eene hier en daar 2 meter dikke laag beenderen van paarden, vermengd met weinige overblijfsels v ...
1911-1912 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 146
140 Laugerie-basse bij Les Eyziès in het departement Dordogne in eene door groote steenblokken bedekte leemlaag, die ook bewerkte rendierbeenderen en schelpen van cypraea bevatte, een geheel menschengeraamte, 1.64 meter lang, welks wervelkolom door een steenblok verbrijzeld was en dat geheel de h ...