De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190
In de laatste plaats hield de geciteerde passage een volkomen ontkenningvan het bestaan van een vrijheid van inrichting van het bestuur als sequeelvan de vrijheid van richting in. Deze ontkenning werd door minister Veringabij de behandeling van zijn ontwerp door de Eerste ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 191
de bijzondere bij de bestuurshervorming te betrekken. Die overweging was,dat, terwijl aan de openbare instellingen een nieuwe bestuursvorm werd op-gelegd, zonder een gelijke regeling met betrekking tot de bijzondere in-stellingen de zaak daar gemakkelijk uit de hand zou kunne ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 192
democratisering een element vormt van de te subsidiëren activiteit. Slechtswanneer dat het geval is, zijn democratiseringsvoorwaarden aanvaardbaar'.'*^*Het is dan ook inderdaad zeer de vraag of de overheid tot het stellen vandemocratiseringsvoorwaarden, i.e. tot het voorschri ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 193
van de structuurregeling voor te bereiden en deze, behoudens goedkeuring van het bestuur van de Vereniging, door te voeren. De minister weigerde de aangeboden structuurregeling goed te keuren, om- dat hij deze beschouwde als een ongeoorloofde samentrekking van ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 194
gen, zij ook ontvangen de subsidie van de overheid voor deze instellingen. Alser inlichtingen omtrent de bijzondere instellingen verstrekt moeten worden,dan behoort dat door de besturen van de rechtspersonen te geschieden.'"*'Kortom, de besturen van de rechtspersonen staan aa ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 195
lijks een grens te trekken valt. De universitaire gemeenschap omvat bij derijksinstelüngen de drie universitaire geledingen van wetenschappelijk perso-neel, niet-wetenschappelijk personeel en studenten. Bij de rijksinstellingenvalt de universitaire gemeenschap samen met de in ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 196
bureau; geregeld werden taak, bevoegdheid, samenstelling, benoeming enwerkwijze van beide organen als ook de openbaarheid van het voorgesteldeplanningsysteem. Het ontwerp-De Brauw had, anders dan de in 1960 omstreden bepalingenvan de wet WO niet betrekking op het fin ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 197
studenten tot een gedeeltelijke ontwrichting van het wetenschappelijk onder-wijs hadden geleid, diende de in 1973 opgetreden staatssecretaris Klein eenwetsontwerp^"^ in, dat tot doel had de collegegeldtarieven te verlagen totf 500 per jaar. De bepalingen van dit ontwerp zoude ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 198
wet opgenomen onjuiste of onvolledige formulering voor later wetgeving zou kunnen hebben'.^" Staatssecretaris Klein antwoordde het bestuur der Vereniging dat de invoe- ging van art. X in het ontwerp welbewust had plaatsgevonden.^'^ Hij meende zelfs, dat er 'aa ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 199
IV. De rechtspositie van het bijzonder wetenschappeHjk onderwijs in NederlandIV. 1. Onderwijs, wetenschap en vrijheidOnderwijs en wetenschap genieten in Nederland een grote belangstelling.Voor het onderwijs zijn in de loop der geschiedenis meer mense ...