De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 121
dat in de gevallen, waar het de bedoeling is een gelijkwaardigheid tussen over-heids- en particuliere activiteiten te bereiken — zoals bij het onderwijs —,regels zullen moeten worden gesteld om te zorgen, dat de subsidiegelden opgelijke voet en volgens vergelijkbare patronen ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 122
telijking' mag leiden. Bij een 'verstatelijking' heeft "de su"bsidie immers geenzin meer en ligt het voor de hand, dat de 'staat zelf de bewuste activiteitenter hand neemt. Aan de aard van de subsidie is inhaerent dat er een zekereevenwaardigheid blijft tussen de subsidiërend ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 123
Hier passen twee kanttekeningen. De eerste is, dat het administratief be-roep, dat met name voor het gesubsidieerde bijzonder onderwijs ook vóór 1976 reeds open stond,*'" zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid om-vat. De tweede kanttekening is, dat in de Duitse liter ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 124
vormen wat meer gestalte te geven is herhaaldelijk aangedrongen op de tot-standkoming van een afzonderlijke subsidiewet.'''' Naast de onderscheiding naar de rechtsvorm zijn ook geheel andere onder-scheidingen van het subsidiebegrip in zwang. ^^* Deze onderscheidingen ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 125
financiële gelijkstelling derhalve. Wil een bijzondere school meer of ietsanders dan binnen het patroon valt, dan houdt de bekostiging op. Het zelfdegeldt voor de volledige bekostiging van bepaalde welzijns- of culturele activi-teiten; ook daar wordt alles bekostigd wat overe ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 126
droegen. Het financiële draagvlak van de VU met zijn nationale taak wasevenwel groter dan dat van de vele, kleine bijzondere scholen met hun voorallokale betekenis.'^^ In deze periode zijn door de VU geen pogingen aange-wend om financiële steun van de overheid te verkrijgen. ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 127
onderzocht. Pas in 1919 steeg de financiële nood van de VU zo hoog, dat hetcollege van directeuren met de minister contact opnam;'^ het jaar daaropverzond dit college een request aan de Koningin.'^^ Dit verzoek bleef echter onbeantwoord. Op een suggestie van minister De Viss ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 128
vorm van een KB. Dit hangt samen met de omstandigheid, dat vóór 1952ministers niet bevoegd waren om zelfstandig subsidies te verlenen.'^^ Dezeongereglementeerde, individuele subsidies hadden voor de VU het nadeel, datzij zich niet op enige regeling kon beroepen toen de subsid ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 129
III.4.2. De subsidiëring van de bijzondere handelshogescholenDe handelshogeschool te Rotterdam viel ten tijde van haar oprichting nietonder de bepalingen van de HO-wet en kon derhalve geen aanspraak makenop een jaarlijkse tegemoetkoming van f 4000 voor de voorziening in o ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 130
III.4.3. De Staatscommissie voor het hoger onderwijs Bij de onderwijspacificatie van 1917 was de positie van het bijzonder hoger onderwijs uitdrukkelijk buiten beschouwing gelaten.''*^ Bij de installatie in 1914 had minister Cort van der Linden de bevredigingscommissie op ...