De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 31
van de ouderlijke macht — aan de uiteindelijke wetstekst ten goede gekomen.Buijs koesterde daartegen als bezwaar, dat de grondwetgever op de stoel vande wetgever zou zijn gaan zitten. 'De ware grief tegen het artikel ligt dan ookniet in zijne onbestemdheid, maar veeleer daari ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 32
een middel tot een doeI;*'* de vrijheid van onderwijs vormt derhalve het kernrecht, de vrijheid van schoolkeuze een daarmee connex recht.''*' Haar, wat men noemt klassieke of liberale karakter ontleent het grondrechtvan de vrijheid van onderwijs aan haar vrijheidskarakter, ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 33
Doel van deze beperking van de vrijheid van onderwijs was derhalve om dekwaliteit van het bijzonder onderwijs te waarborgen. Nu kan men opmerken,dat de vestiging van het onderwijsmonopolie door de overheid een zelfdedoel had en dat de erkenning van de vrijheid van onderwij ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 34
1.5.4. Art. 194 van de Grondwet 1848: een sociaal grondrecht? De vrijheid van onderwijs behoort tot de klassieke of liberale grondrechten;het onderwijsartikel berust meer op een klassieke dan op een sociale tradi-t i e . ' " Niettemin heeft de erkenning door de grondwetge ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 35
de voort uit de vrij kritieke financiële situatie van het Rijk, die ook in dejaren vóór 1848 herhaaldelijk aanleiding had gegeven tot voorstellen om deuniversiteiten te Utrecht en Groningen of tenminste één van deze beide op teheffen.''^ Niet de opdracht aan, maar vooral de s ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 36
aan het hoofd te zijn van dit departement, zal niemand, die tot eene derge- lijke oprigting wenscht over te gaan, eenig beletsel in den weg worden ge- legd'. ^*'' Van de door de minister erkende vrijheid werd door verschillende kerkgenootschappen gebruik gemaakt om seminarie ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 37
teurs hadden daarbij de taak om toe te zien op de naleving van de wettelijke bepalingen en de verdere verordeningen op het lager onderwijs; in geval van overtreding konden zij proces-verbaal opmaken.'^^ De openbare en bijzon- dere lagere scholen moesten voor hen steeds t ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 38
neutraliteit'.'^^ Ministers en kamerleden hebben de door Groen gesignaleerdeconsequentie niet aanstonds in 1857 willen aanvaarden.'^' Op den duurbleek de neutraliteit van het openbaar lager onderwijs echter onontkoom-baar.'^ 'Niet altijd had dit woord denzelfden inhoud. Sommi ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 39
17. De Hoger-Onderwijswet van 18761.7.1. De ontwerpen van wetIn de periode 1868—1874 zijn in totaal vier ontwerpen van wet tot regelingvan het hoger onderwijs bij de Tweede Kamer ingediend en ten dele ookbehandeld. Het eerste ontwerp dateert van 1868 en we ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 40
gilden,''* die zich uitsluitend de wetenschapsbeoefening ten doel stelden.Aanvankelijk sprak men van 'studium generale', terwijl m de latere middel-eeuwen de term 'umversitas' in zwang kwam ''^ Naast deze wetenschappelijke gilden ontstonden vanaf het begin van dederti ...