Het heil in ons - pagina 211
201 herinnering, en dat ze bij voorkeur hun schoonste putten uit de scheppingswonderen. Zoowel het verhevenste hoofdstuk uit de verzameling der Spreuken (het achtste), als het schitterendst deel van Job (hoofdst. 40 en verv.) verliezen zich geheel in den aanvang der dingen, toen de bergen nog nie ...
Het heil in ons - pagina 212
202 in de leer van het eeuwige Woord; en was voor den apostel Paulus het uitgangspunt voor de bijzondere zending, die hem bij het gezichtvan Damascus voor de heidenwereld was toevertrouwd. Het groote mysterie, de machtige verborgenheid waarvan hij telkens gewaagt, dat ze in vorige eeuwen n ...
Het heil in ons - pagina 213
203Te bewaren,doorzelfsIsraëlietische afsluiting terug niet bewust,baringden enschijn te mijden, als trok ze zich in alsware ze zich van den samenhangdie tusschen haar belijdenis en de oorspronkelijkebestond.Te bewaren, ...
Het heil in ons - pagina 214
204 Die wetenschap is uitsluitend vrucht der oorspronkelijke Openbaring, en hoe ook door de overlevering die Openbaring zij vervalscht en in de bontste afgoderij verduisterd, toch is zij het, waaruit de gedachte aan een persoonlijke Godheid voor de ziel treedt. Het Christendom zuivert, loutert, v ...
Het heil in ons - pagina 215
205 zijn dan niet te bannen noch te bezweren en moeten mijn gedragslijn regelen, tot ik eindelijk uit die ingebeelde wereld in de werkelijkheid terugkeer. Vind ik dan in die werkelijkheid, dat ik aan de macht der natuur schier niets veranderen kan, dat de natuur bestaat en werkt, onafhankelijk va ...
Het heil in ons - pagina 216
206 indruk niet ontworstelen, dat het eenzelfde macht is, die zich van binnen in de ziel door het Godsbesef en van buiten in de natuur als boven zichzelven en haar staande openbaart. Maar hij komt ook met een gansche wereld van onzichtbare dingen in aanraking, die met die natuur niets gemeen hebb ...
Het heil in ons - pagina 217
207 den mensch in zijn uitwendigen omgang met zijn medemenschen, de hoedanigheden des gemoeds daarentegen op den mensch in zijn verhouding tot het oneindige betrekking hebben. Bij den kunstenaar vindt men niet zelden een gulhartigheid en openheid, die geheel in overeenstemming zijn met de geestdr ...
Het heil in ons - pagina 218
!Toen de eerste mensch nog alléén op aarde was, kon er van zedelijk leven voor hem geen sprake zijn. Hij kon niet stelen, want alles was het zijne; hij kon niet doodslaan, want er was niemand bij hem. Hij kon niet echtbreken, want geen echt was nog geheiligd. Hij kon niet valsch tegen zijn ...
Het heil in ons - pagina 219
209werken zichtbaar wordt, oordeelt zichzelf. Maar zoo, dat het zedelijk leven slechts als uiting van het godsdienstig leven waarde heeft en er mee verbonden is door den diepzinnigen term van dankbaarheid ; ttn woord van diepe beteekenis, maar dat men miskent en vervalscht door het in het ...
Het heil in ons - pagina 220
210omgangdesvertrouwensHijuwhartdatwontusschen u en uw gij een hart voorofGodontstaan is, zonder kreegt; terwijl persoonlijke ontsluiting des harten bleef er wel plichtsbetrachting uit vreeze, omuw God ...