Honig uit den rotssteen - pagina 131
!117gen" zijn. Zeggen, dat er een gemeenscliap geboren is en een gemeenschap bestaat tusschen uw hart, dat ge in den boezem draagt, en dien levenden, heerlijken, heiligen God „Zeggen," opdat een ander dat zou hooren; om alzoo in het oog vaneen zekere beteekenis, een hoogere w ...
Honig uit den rotssteen - pagina 132
!118—o, dan komt het Woord des God aan mijn ziel gedaan heeft !" Heeren u nog eens zoo scherp en zoo hard over u verwaten en opgeblazen ziel schrijnen, om ii diep en wel te doen beseffen, dat juist dat inmengen van het heilige de zaak voor u niet beter, maar juist nog zooveel ...
Honig uit den rotssteen - pagina 133
!!119 eens op, wat er zoo om u gebeurt en zeg dan zelf ge van zulk een Jesaia's oogmoed nog veel merkt, en of niet eer een ieder in den waan schijnt te verkeeren, dat zijn lippen althans goed en heilig genoeg zijn, om er het heilige over te laten vloeien als een stroom. o, de aposte ...
Honig uit den rotssteen - pagina 134
!!!120Bid voor hen, maar ook vaarstaatlet op uzelven, want aan het andere geevenzeer bloot. „Indien wc zeggen .... dat we ge-zelfgijmeenschap met Hem hebben!" Dat nu gelooft elk verloste.Maarwanneer te zeggen waarachtig ...
Honig uit den rotssteen - pagina 135
:!121 dus niet door ons gebed, door ons lied, door onze zielsverheffing komt, maar die Hij tot stand brengt en die dus eeniglijk in zijn welbehagen rust? Maar hoe, zoo vraagt uw ziel in angste, „volkomen zal die gemeenschap zijn moeten of ze misleidt en bedriegt! Ai mij, dan heb ook ...
Honig uit den rotssteen - pagina 136
!122 wereld de ééne zonde op de andere past, er op sluit, ze aanvult, en hoe alle ongerechtigheden met alle goddeloozen saam één geheel, één saam hoorend geheel, één gemeenschap uitmaken. En hoe komt Satan daar nu aan? Vanwaar heeft de zonde dat heerlijk vermogen, maar in haar hand helsch, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 137
!!!123 niet ia hoort, eveaals een splinter u soms in het vleesch Dat moet ook weer uitgezworen. En daarom is het niet alleea maar de vraag, of ge in die gemeenschap zijt, maar of ge daarin God hebt, want dat juist is het kenmerk zijnde, genieenschap met van het echte er in en ...
Honig uit den rotssteen - pagina 138
!IM xLrv.Cnin be buï^terni^ taanbcïcn! Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met hebben en wij in de duisternis wandelen, zoo liegen wij, en doen de waarheid niet. 1 Joh. 1 6.Hem:Twee dingen moeten voor een Christenmensch muurvaststaan.moet ...
Honig uit den rotssteen - pagina 139
!125 van Christus, ook onder zijn hoog opgeven van hun Christelijke gestalte, en bij wie toch, zoo niet alles, dan toch o, zooveel er door kan en die daardoor in hun heele omgeving de Christelijke consciëntie verzwakken, naardien de jongeren dan zich gaan inbeelden, dat het wezens,t ...
Honig uit den rotssteen - pagina 140
!!126 duisternis; of met den eenen voet op het pad der glansen, met den anderen op het pad der donkerheden. Daar is niets van aan. Dat kan niet. Ge leeft of ge zijt dood. En zoo ook ge zijt en wandelt op den weg rechts, of wel ge zijt en wandelt op dien weg niet, maar dan wandelt ge ...