Jaarboek 1967 - pagina 151
den van hen philologen, die in de Alexandrijnse bibliotheek dag in dag uit ambtshalve bezig zijn met heel de Griekse litteratuur van 750 - 350, en speciaal met het epos. Deze vernieuwers zijn tegelijk de behoeders van de traditie. Nu te gaan praten over ambivalentie zou, alleen maar moderne psych ...
Jaarboek 1967 - pagina 152
c) slechts schijnbaar in tegenstelling daartoe soms het pathetische, maar dan zeer onsentimenteel behandeld (ook hier een terug grijpen naar een litteraire stijl van voor de bloei der Atheense litteratuur, i.e. de Jonische schrijvers Soms gruwelverhalen, maar dan verteld zonder dat enig affect ge ...
Jaarboek 1967 - pagina 153
ineens plechtig: veel weten is toch erg, als je je tong niet de baas bent. Een spelletje, dat kenners kunnen waarderen, precies als de ongelooflijke verfijning van hun versbouw. H u n poëzie moet men eigenlijk niet vergelijken met die van een Aeschylus, een Pindarus of een Sappho. Zoals reeds opg ...
Jaarboek 1967 - pagina 154
lichters, noemt Cicero ze misprijzend; als ,,angry young m a n " heeft Leeman een van hun voormannen, Catullus, getypeerd. Ze zijn „geëngageerd" - ze verzetten zich fel tegen de opkomende militaire dictatuur. Drie dingen interesseren hen bij de Alexandrijnen: de verfijnde verstechniek, die ze met ...
Jaarboek 1967 - pagina 155
~ÏW^^^nog enkele jonge dichters, gedeeltelijk via Catullus, geleerd van de Alexandrijnen. Ze hebben gepassioneerde persoonlijke liefdeslyriek geschreven - bij Propertius heeft men soms het gevoel, dat voor fluit geschreven Alexandrijnse muziek getransponeerd wordt voor cello. En Ovidius he ...
Jaarboek 1967 - pagina 156
In Byzantium is men nog lang Callimachus blijven lezen. De epigrammen echter,die de Byzantijnen gecomponeerd hebben, vertonen geen speciale invloed van Alexandrijnse voorbeelden. Van belangstelling of invloed in het Middeleeuwse Westen is me niets bekend. Wel in de Renaissance. Direct toegegeven, ...
Jaarboek 1967 - pagina 157
vlijtig bestuderen. Erkend moet worden: dikwijls wegens de geleerdheid, die ze schenkt en die ze veroorlooft te demonstreren. Maar dan komt Winckelmann, en met hem begint het nieuwe classicisme. Hij heeft vooral over de kunst gesproken, maar de invloed van zijn beschouwingen is ook in de studie d ...
Jaarboek 1967 - pagina 158
tiek en de 2eer bewuste kunstenaars van Alexandrië is te groot geweest. Trouwens, ironie veronderstelt twee polen; en de totale ironie van de romantiek (Solger!) verdwijnt vaak een daarvan - de poëzie van Alexandrië is menselijker. Dan komt Droysen in 1836 met zijn Geschichte des Hellenismus. De ...
Jaarboek 1967 - pagina 159
ze er nooit een gehad (later er wel een gekregen). Maar in het oude Griekenland en in sommige delen van Klein-Azië heeft de polis vaak nog een eeuw lang en soms nog langer haar politieke functie behouden; als communale levenseenheid functioneert ze nu nog in het Mediterrane gebied. Men heeft te w ...
Jaarboek 1967 - pagina 160
critus, dat we nog bezitten); het is een interessante etappe o p de weg naar het chanson van de ie eeuw na Chr., waarover H. Wagenaar-Nolthenius zo'n boeiend essay geschreven heeft'). Zelfs grote geleerden zijn bezweken voor de verleiding van romantische interpretatie ^). Van Callimachus' miniatu ...