De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 183
hogescholen'.'*^' Dat er verband zou bestaan tussen de deugdelijkheid''^^ ofde bekostiging van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs en de bestuurs-hervorming werd door de minister zelfs geen ogenblik beweerd; het enigargument van de overheid was, dat het de overheid niet ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 184
III.9.4. De wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 (WUB)Kort na het overleg met de bijzondere instellingen diende minister Veringaeen wetsontwerp in bij de Staten-Generaal.'*^'' De opzet van dit ontwerpweek voor wat betreft de openbare instellingen niet wezenlijk af va ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 185
alleen gesproken wordt van de openbare instellingen de bijzondere instellin-gen vrij zijn zelf een regeling te treffen op grond van art. 42. De werkingsduur van de wet werd beperkt tot een periode van vijf jaar.''^^De bestuurshervorming werd beschouwd als een experiment en ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 186
Dit betoog ondervond slechts weinig tegenspraak. AR-fractieleider De Gaay Fortman wees er slechts op, dat voor hem de eigen aard van de bijzon- dere instellingen niet was gelegen in de confessie, maar in een bepaalde rela- tie tussen wetenschap en geloof. Daarmee schreef ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 187
uitgesloten. Aan te nemen valt echter, dat de wetgever met deze wat slordige formulering heeft bedoeld te bepalen, dat bestuurlijke experimenten opgrond van de eigen structuurregeling van een bijzondere instelling de be-krachtiging van de minister zullen behoeven. In de tweed ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 188
1973 volledig een feit.^^ Sindsdien telt Nederland nog slechts drie bijzon-dere instellingen van wetenschappelijk onderwijs, die zowel erkend als bekos-tigd zijn. Tenslotte is op 9 januari 1976 een rijksuniversiteit te Maastricht ge-sticht."*'' Op deze universiteit z ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 189
alleen gelden voor de inrichting van het onderwijs, maar ook voor de in-richting van het bestuur. Voor de erkenning van het onderwijs heeft echtervan meet af aan als voorwaarde gegolden en is als zodanig aanvaard, dat debijzondere universiteit zich bij de inrichting van dat o ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 19
tegen het gevoerde onderwijsbeleid. In 1829 besloot hij daarom tot hetinstellen van een bevredigingscommissie.* Nog eer de commissie hemrapport uitbracht besloot hij echter — als onderdeel van onderhandelingenmet de paus over een concordaat*' — om de tweejarige theologische c ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190
In de laatste plaats hield de geciteerde passage een volkomen ontkenningvan het bestaan van een vrijheid van inrichting van het bestuur als sequeelvan de vrijheid van richting in. Deze ontkenning werd door minister Veringabij de behandeling van zijn ontwerp door de Eerste ...
De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 191
de bijzondere bij de bestuurshervorming te betrekken. Die overweging was,dat, terwijl aan de openbare instellingen een nieuwe bestuursvorm werd op-gelegd, zonder een gelijke regeling met betrekking tot de bijzondere in-stellingen de zaak daar gemakkelijk uit de hand zou kunne ...