Het heil in ons - pagina 188
178den zondigen, menschevengereedelijktotafgoderij, tot spiritisme,tot het vereeren eener laatste oorzaak, ja zelfs totgenieaanbidding en menschenvergoding leiden kan. Slechts in den onzondigen mensch zou deze onweerstaanbare indruk van Gods hooghe ...
Het heil in ons - pagina 189
179Zoomin de dehet doodelijk kranke oog zich door in het licht te staren tot kracht van het gezichtsorgaan herstellen kan, zoomin kan.vorigeweer tot harmonische gemeenschap met den Heilige geontvangt hij ook in zijn dood even sterk den indruk van Gods majesteit, als he ...
Het heil in ons - pagina 190
180 een werking der consciëntie vermeld. Bij Adam vóór den werking der consciëntie ongerijmd zijn geweest. Bij den bekeerde duurt de werking der consciëntie slechts daarom voort, omdat hij, van nature vleeschelijk en verkocht onder de zonde, zijn leven buiten zichzelven in Christus heeft. Staat h ...
Het heil in ons - pagina 192
182 waardoor hij, tot God opziende, God herkent; maar God zelf is het, die den mensch aanraakt, met den adem zijner mogendheid over hem komt, zichzelven in hem uitstraalt, op hem af kaatst en hem dus met het afschijnsel zijner majesteit aandoet. Zooals God zich aan den mensch te kennen geeft, alz ...
Het heil in ons - pagina 191
181Zoo nu ookmet den spiegel, dien de Heere zich geformeerd des menschen. De spiegel van dat hart is in den zondeval gescheurd, gespleten, gebroken en aan alle kanten verbrijzeld, en voorts door de werkelijke zonden met stof en vlekken overdekt en bezoedeld. Maar niettemin blijft he ...
Het heil in ons - pagina 193
183 zonder die ervarin<i: denkbaar, m. a. w. kon God Almachtig ooit een oogenblik ophouden den ghins zijner majesteit af te kaatsen in de scheuren onzer ziel, dan ware ongetwijfeld het spreken van zulk een aangeboren vermoyen, onderscheiden van de aangeboren Go&skennis, gewettigd. Nu daare ...
Het heil in ons - pagina 195
;y185behoorend tot onze natuur; in ons uitgestraald, niet uit ons stralend door de zonde tot een drukkende macht over ons geworden, verre van vernietigd.TochGodskennis in dit onheicust besef niet zich rekenschap te geven van de aandoeningen die hij in zich waarneemt, i ...
Het heil in ons - pagina 194
184 dat de kennis met het leven saamvalt, van het leven onafscheidedat leven zelf is. Wordt mi onbetwistbaar, door het heenwij zen op ons vermogen om God te leeren kennen, die zondis:e neiging gevoed in stee vanzin,lijk,en de zucht bevorderd, om onder de kennisse Gods iets an ...
Het heil in ons - pagina 196
186 innerlijk verband aan het aangeboren Godsbesefwerd toegevoegd, dusuiteraard toevallig en tot op zekere hoogte ontbeerlijk zou zijn.een kennen. zulkopvatting zoumenDoorhet wezen der menschelijke natuur mis-De menschhoort bij de nat ...
Het heil in ons - pagina 197
187 zucht naar zelfbehoud worstelt. Ze is als een vloed om hem, die hem verslinden wil. Niet minder dan zijn leven heeft hij te verdedigen tegen het sterkere dier, de giftige plant, de pestaardige ziekte, de vernieling der elementen, hitte en koude, droogte en piasregen; dorheid van den bodem hie ...